hangplanten in de zon

Niet elke hangplant verdraagt volle, directe zon; veel van de in deze reeks besproken binnen-hangplanten zoals ceropegia woodii of pothos doen het juist beter met indirect licht. Voor een zonnige plek, zoals een zuidgericht raam of een onbeschut balkon, is een andere soortkeuze nodig.

Senecio-soorten: aangepast aan volle zon

Senecio rowleyanum en senecio herreianus, besproken in het overzicht over succulente, ronde hangplanten, komen van nature uit zonnige, droge gebieden en gedijen het beste bij meerdere uren directe zon per dag, in tegenstelling tot de meeste niet-succulente hangplanten in deze reeks.

Sedum morganianum: eveneens zonliefhebbend

Vergelijkbaar met de senecio-soorten, heeft sedum morganianum (ezelsstaart, eerder besproken) veel licht nodig om zijn compacte, dichte structuur te behouden; bij te weinig licht strekt de plant zich uit en verliest hij zijn karakteristieke, dichte vorm.

Surfinia en bidens: buiten in volle zon, zoals bedoeld

De eenjarige buitenhangplanten besproken in eerdere overzichten zijn juist ontworpen voor, en hebben het meeste baat bij, een zonnige plek; in tegenstelling tot de hier genoemde binnen-succulenten is dit geen uitzondering maar de standaard verwachting voor deze categorie.

Risico van te veel zon, ook bij zonliefhebbende soorten

Ook planten die zon verdragen, kunnen bij een plotselinge overgang naar veel feller licht dan ze gewend waren (bijvoorbeeld na verplaatsing van een schaduwrijke naar een zeer zonnige plek) tijdelijk verbranding vertonen: lichte, verkleurde vlekken op het blad die ontstaan door een te snelle overgang in plaats van geleidelijke aanpassing.

Geleidelijk wennen aan meer zon

Voor het verplaatsen van een hangplant naar een zonniger plek, ongeacht of het een zonliefhebbende soort betreft: bouw de blootstelling geleidelijk op over een periode van een à twee weken, in plaats van de plant in één keer voluit in de zon te zetten, vergelijkbaar met hoe ook andere kamerplanten geleidelijk moeten wennen aan veranderde lichtomstandigheden.

Wat juist te vermijden in volle zon

De meeste fijnbladige, niet-succulente hangplanten besproken in deze reeks, zoals ceropegia woodii of tradescantia zebrina, verbranden relatief snel in directe, felle zon, vooral achter glas waar de temperatuur extra kan oplopen; voor deze soorten blijft indirect licht, ook op een zonnige plek, de betere keuze, bijvoorbeeld met een doorzichtig gordijn als filter.

Verzorgingstips

  • Senecio/sedum in volle zon: water spaarzaam, vergelijkbaar met andere succulenten besproken in eerdere overzichten, gezien volle zon de grond sneller laat opdrogen.
  • Surfinia/bidens: dagelijks water in de zomer, zoals besproken in het overzicht over eenjarige hangplanten, om de hogere verdamping in volle zon te compenseren.

Veelgestelde vragen

Kan ik fijnbladige hangplanten zoals ceropegia woodii toch in een zonnige kamer houden?

Ja, mits niet direct in de felste, rechtstreekse zonnestralen; een plek iets verder van het raam, of met een lichtfilterend gordijn ertussen, geeft in een zonnige kamer alsnog voldoende, maar niet overweldigend licht voor deze gevoeligere soorten.

Hoe herken ik verbranding bij een hangplant, en is dit te herstellen?

Verbranding toont zich als lichte, vaak bruinige of doorzichtige vlekken op het blad, meestal aan de kant die het dichtst bij de lichtbron stond; de aangetaste delen herstellen niet, maar nieuwe groei kan, met aangepaste lichtblootstelling, weer gezond uitkomen.

Hoe verhoudt dit overzicht zich tot de eerdere overzichten over schaduwtolerante hangplanten?

Die overzichten gingen over planten die juist weinig licht verdragen. Dit overzicht behandelt het tegenovergestelde uitgangspunt: welke hangplanten specifiek volle, directe zon nodig hebben of goed verdragen, met aandacht voor de risico's van een te snelle overgang naar fel licht.