Hangplanten mix: soorten die goed samengaan
Een geslaagde hangplanten mix begint bij soorten die hetzelfde vragen: evenveel licht en hetzelfde gietritme. Pas als dat klopt, kijk je naar het uiterlijk. Contrast maak je dan met bladvorm, bladkleur en ranklengte, niet met planten die elk een eigen verzorging nodig hebben.
Wie zo selecteert, kan een hele groep in één keer water geven en hoeft niet per pot te onthouden wat die wil.
Wat is de regel achter elke geslaagde mix?
Selecteer eerst op standplaats en pas daarna op uiterlijk. Een mix die er in de winkel prachtig uitziet, valt thuis uit elkaar als de soorten elk iets anders willen.
Een voorbeeld dat vaak misgaat: vetkoord naast een zwaardvaren. Samen zien ze er mooi uit, met de fijne hartjes van de een tegen het frisse groen van de ander. Maar vetkoord slaat water op in zijn blad en wil dat de grond tussen twee gietbeurten opdroogt. De varen wil juist een kluit die altijd licht vochtig is. Geef je genoeg voor de varen, dan rot het vetkoord. Geef je weinig voor het vetkoord, dan verdroogt de varen.
Stel jezelf daarom bij elke combinatie twee vragen. Willen ze dezelfde afstand tot het raam? En laten ze de grond in hetzelfde tempo opdrogen? Twee keer ja betekent dat ze bij elkaar passen.
Welke drie mixen kun je kant en klaar overnemen?
Onderstaande combinaties zijn gekozen op gedeelde behoeften, met variatie in blad en groeivorm.
Mix voor een lichte plek
Vetkoord (Ceropegia woodii), erwtenplant (Curio rowleyanus) en hoya (Hoya carnosa). Alle drie slaan water op in dik blad of stengels, verdragen wat ochtend- of avondzon en willen tussen twee gietbeurten opdrogen. Samen geven ze een mix van hartjes, bolletjes en stevig ovaal blad. Een plek bij een oost- of westraam is ideaal.
Mix voor halfschaduw
Efeutute (Epipremnum aureum), Philodendron scandens (Philodendron hederaceum) en Scindapsus pictus (Scindapsus pictus). Ze komen uit dezelfde plantenfamilie, de aronskelkfamilie, en groeien van nature in de schaduw van bomen. Ze willen allemaal water als de bovenste centimeters droog zijn. Het verschil zit in het blad: glanzend groen, dun hartvormig en zilvergevlekt.
Mix voor de badkamer
Zwaardvaren (Nephrolepis exaltata), graslelie (Chlorophytum comosum) en koraalcactus (Rhipsalis baccifera). Alle drie houden van vochtige lucht en een lichte plek zonder felle zon. De koraalcactus is een cactus uit het regenwoud en wil, anders dan woestijncactussen, geregeld water. Samen geven ze veren, sprieten en draadjes: drie heel verschillende texturen.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Hoe speel je met bladvorm en kleur?
Als de verzorging klopt, zorgt contrast in blad voor de rest. Fijn blad naast groot blad laat allebei beter uitkomen. De kleine bolletjes van een erwtenplant lijken fijner naast het grotere blad van een hoya, en de hoya lijkt steviger.
Werk ook met lengte. Een soort met lange ranken, zoals efeutute, vormt het gordijn. Een compactere soort, zoals Scindapsus pictus in een jong stadium, vult de bovenkant. Zo zie je van bovenaf geen kale grond en van onderaf geen kale ranken.
Panaché blad, blad met witte, gele of zilveren vlekken of strepen, tilt een donkere hoek op. Het weerkaatst meer licht dan effen groen, zodat de hoek lichter oogt. Houd wel in gedachten dat bont blad minder bladgroen heeft. Op een echt donkere plek wordt het na verloop van tijd groener. Gebruik panaché dus in halfschaduw, en effen groen voor de donkerste plekken.
Kun je meerdere soorten in één hangpot zetten?
Dat kan, als je een paar dingen goed regelt. Het maakt de pot voller en je hebt maar één haak nodig.
Potmaat en drainage
Voor drie planten uit kweekpotjes van 12 centimeter heb je een hangpot van minimaal 20 tot 25 centimeter doorsnede nodig. Zo heeft elke plant wortelruimte. De pot moet een afvoergat hebben, of je zet de planten in een binnenpot met gaten. Met meerdere wortelkluiten in één pot is staand water nog riskanter, omdat een rotte kluit de andere kan aansteken.
Wortelconcurrentie
Samen planten werkt het best met soorten die ongeveer even snel groeien. Een snelle groeier zoals efeutute neemt in een paar maanden de pot over en verdringt een tragere soort. Kies je toch een snelle en een trage soort, zet ze dan in aparte binnenpotjes binnen één grote sierpot. Zo delen ze de uitstraling, maar niet de grond.
Losse potten zijn beter als je twijfelt over de combinatie, of als een van de planten veel sneller groeit. Je kunt dan een plant vervangen zonder de rest te storen.
Hoe onderhoud je een groep hangplanten?
- Gelijk water geven. Omdat je soorten met dezelfde behoefte hebt gekozen, geef je ze op hetzelfde moment water. Voel wel bij elke pot, want een pot dichter bij het raam droogt sneller uit.
- Draaien. Draai elke pot eens per maand een kwartslag. Planten groeien naar het licht, en door te draaien blijft de groei rondom gelijk.
- Bijvoeden. Geef van april tot september eens per maand voeding voor groene planten, in de dosering van de verpakking. Stop in de winter, als de groei vrijwel stilligt.
- Langste ranken bijhouden. Knip de langste ranken terug tot boven een blad, zodat alle planten in de groep ongeveer dezelfde lengte houden. De stukken kun je stekken, zoals de RHS uitlegt in haar gids over stekken van kamerplanten.
Hoeveel planten heb je nodig per plek?
Het aantal hangt af van de ruimte en de afstand die elke plant nodig heeft om zijn ranken te laten vallen.
- Boven een kast: reken op één plant per 40 tot 50 centimeter kastbreedte. Een kast van 1,5 meter breed vult zich mooi met drie planten.
- In een raamhoek: twee of drie planten op verschillende hoogtes, met 30 tot 40 centimeter hoogteverschil tussen de potten. Zo hangen de ranken niet door elkaar en krijgt elke plant licht.
- Langs een wand: houd 50 tot 60 centimeter tussen de ophangpunten. Dichter op elkaar raken de ranken verstrengeld en krijgen de achterste bladeren te weinig licht.
Begin liever met een plant minder dan je denkt. Een hangplant groeit in een jaar flink, en een ruimte die in het voorjaar leeg oogt, is in de herfst vaak al vol.
Veelgestelde vragen
Kun je verschillende hangplanten in een pot zetten?
Ja, als ze dezelfde licht- en waterbehoefte hebben en ongeveer even snel groeien. Gebruik een ruime hangpot van minimaal 20 tot 25 centimeter met een afvoergat, zodat elke plant wortelruimte heeft en er geen water blijft staan. Groeit een van de soorten veel sneller, zet de planten dan in aparte binnenpotjes binnen één grote sierpot.
Welke hangplanten passen goed bij elkaar qua verzorging?
Soorten uit dezelfde omstandigheden passen het best. Efeutute, Philodendron scandens en Scindapsus pictus willen alle drie halfschaduw en matig water. Vetkoord, erwtenplant en hoya willen licht en een kluit die opdroogt. Zwaardvaren en graslelie delen een voorkeur voor vochtige lucht. Combineer binnen zo'n groep, niet tussen groepen.
Hoeveel hangplanten hang je naast elkaar?
Houd langs een wand 50 tot 60 centimeter tussen de ophangpunten, zodat de ranken niet in elkaar groeien. Boven een kast is een plant per 40 tot 50 centimeter genoeg. In een raamhoek werken twee of drie planten op verschillende hoogtes het best.
Groeien snelle en trage hangplanten samen?
In één pot gaat dat meestal niet goed. De snelle groeier maakt meer wortels, neemt het water en de voeding op en verdringt de trage soort binnen een paar maanden. Naast elkaar in aparte potten gaat het wel prima. Knip de snelle soort dan regelmatig terug, zodat hij de andere niet overschaduwt.
Wil je eerst meer weten over het kiezen van losse soorten? Lees dan ons artikel over hangplanten voor binnen, of lees waar je op let als je hangplanten gaat kopen. De soorten uit dit artikel vind je in onze collectie hangplanten voor binnen, met gratis verzending, levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas en met verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.
Voor levende planten gelden eigen retour- en garantievoorwaarden. Je leest ze bij onze klantenservice.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.