Hangende vetplanten: soorten met ranken die naar beneden groeien
Hangende vetplanten slaan water op in hun dikke blaadjes en stengels. Daardoor hebben ze genoeg aan ongeveer één gietbeurt per twee weken, en in de winter nog minder. Het belangrijkste wat je ze kunt geven is licht: hoe lichter de plek, hoe compacter en voller de ranken blijven.
Denk aan de erwtenplant, het ezelsstaartje of de rozenkransplant. Met de juiste soort, een pot met gat en grond die snel droogt heb je een hangplant die weinig van je vraagt en toch opvalt.
Wat maakt een vetplant tot hangplant?
De meeste vetplanten groeien rechtop of in een rozet. Een kleine groep groeit echter kruipend of afhangend. In de natuur liggen deze soorten over rotsen, hangen ze in bomen of kruipen ze over de grond tussen stenen. Hun stengels zijn te slap of te lang om rechtop te blijven staan, dus volgen ze de zwaartekracht.
Sommige soorten, zoals de erwtenplant, vormen op de grond wortels op elke plek waar een stengel de aarde raakt. Andere soorten, zoals Rhipsalis, groeien van nature als epifyt op boomtakken. Een epifyt is een plant die op een andere plant leeft zonder daar voeding uit te halen. Hun stengels hangen dan in slierten naar beneden.
In een gewone pot op de vensterbank liggen zulke ranken over de rand en raken ze de ondergrond. Ze knakken, worden plat of krijgen te weinig licht aan één kant. In een hangpot kunnen ze vrij naar beneden vallen. Zo krijgt elke rank licht, blijven de blaadjes heel en zie je de vorm van de plant het best.
Tien hangende vetplanten op een rij
Niet elke hangende vetplant is even snel of even lang. In de tabel zie je per soort hoe lang de ranken binnen ongeveer worden en hoeveel licht de plant vraagt. De lengtes zijn richtwaarden na een paar jaar groei, bij een lichte plek.
| Soort | Ranklengte binnen | Lichtbehoefte |
|---|---|---|
| Erwtenplant (Senecio rowleyanus) | 60 tot 90 cm | Veel licht, wat ochtendzon |
| Bananenplant (Senecio radicans) | 60 tot 100 cm | Veel licht, verdraagt wat meer zon |
| Ezelsstaart (Sedum morganianum) | 40 tot 60 cm | Veel licht tot zon |
| Sedum burrito (Sedum burrito) | 30 tot 50 cm | Veel licht tot zon |
| Koraalcactus (Rhipsalis baccifera) | 60 tot 120 cm | Licht, geen felle middagzon |
| Rozenkransplant (Ceropegia woodii) | 100 cm of meer | Licht tot halfschaduw |
| Horlogekettinkje (Crassula muscosa) | 20 tot 40 cm | Veel licht |
| Rattenstaartcactus (Disocactus flagelliformis) | 60 tot 100 cm | Veel licht, wat zon |
| Ruby necklace (Othonna capensis) | 30 tot 60 cm | Veel licht tot zon |
| Wasbloem (Hoya carnosa) | 100 cm of meer | Licht, geen felle middagzon |
Ben je beginner? Dan zijn de rozenkransplant en de koraalcactus het meest vergevingsgezind. De ezelsstaart laat bij elke aanraking blaadjes vallen, dus hang hem waar je er niet langs schuurt. Hoya is strikt genomen geen klassieke vetplant, maar heeft wel dik, sappig blad en vraagt vergelijkbare zorg. Wil je de botanische namen en herkomst nakijken, dan vind je die bij Plants of the World Online van Kew.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Hoe geef je water zonder rot te veroorzaken?
Wortelrot is de grootste bedreiging voor hangende vetplanten. De wortels zijn fijn en de stengels zitten vlak op de grond, dus natte aarde bij de stengelvoet gaat snel rotten. Geef daarom pas water als de grond helemaal droog is. Voel met je vinger tot twee à drie centimeter diep.
De dompelmethode werkt hier het best:
- Haal de plant uit de hangpot of haak hem los.
- Zet de kweekpot in een emmer of gootsteen met lauw water, tot net onder de rand.
- Laat hem tien tot vijftien minuten staan, zodat de kluit van onderaf water opzuigt.
- Til de pot eruit en laat hem een kwartier uitlekken op een rooster of het afdruiprek.
- Hang hem pas terug als er geen water meer uit de bodem druppelt.
Zo wordt de hele kluit gelijkmatig nat, terwijl de stengels en blaadjes droog blijven. Een gaatje in de bodem is daarbij onmisbaar. Zonder gat blijft overtollig water onderin staan en zitten de wortels dagen in het nat. Staat je plant in een sierpot zonder gat, gebruik die dan alleen als overpot en kiep na het gieten het water eruit.
Meer over de juiste hoeveelheid lees je in de blog over water geven aan vetplantjes.
Welke grond en pot passen bij hangende vetplanten?
Gewone potgrond houdt veel vocht vast. Dat is fijn voor een varen, maar voor een vetplant blijft de kluit daardoor te lang nat. Cactusgrond is luchtiger en bevat meer zand of grove deeltjes, zodat water sneller wegloopt en de wortels zuurstof krijgen.
Meng voor de meeste soorten ongeveer twee delen cactusgrond met één deel perliet of grof zand. Perliet zijn witte korreltjes van opgeblazen vulkanisch gesteente. Ze maken ruimte tussen de gronddeeltjes, zodat water doorzakt en lucht bij de wortels komt. Rhipsalis en Hoya groeien van nature op boomschors en waarderen daarom ook wat schors of orchideeënsubstraat in het mengsel.
Kies een ondiepe, brede pot van terracotta of kunststof met een gat. Terracotta droogt sneller, maar is zwaarder aan een haak.
Licht, zon en verbrande blaadjes
Hangende vetplanten willen veel licht, maar dat betekent niet dat elke zonnige plek goed is. Ochtendzon op een oostraam is zacht en voor bijna alle soorten prima. Middagzon op een zuidraam wordt achter glas veel heter. De blaadjes kunnen dan bruine of witte vlekken krijgen: verbranding die niet meer herstelt.
Een hangpot hangt bovendien vaak dicht tegen het glas, waar de warmte zich ophoopt. Hang hem daarom bij een zuidraam een halve meter van het raam af, of achter een vitrage. Geef je plant te weinig licht, dan zie je het omgekeerde: lange, dunne ranken met grote afstanden tussen de blaadjes. Kies dan een lichtere plek.
Verhuis je een plant naar meer zon, bijvoorbeeld in het voorjaar of naar buiten, laat hem dan langzaam wennen. Begin met een paar uur ochtendzon en bouw dat in twee tot drie weken op. Zo krijgt het blad de tijd om een beschermend laagje op te bouwen. De RHS geeft in haar teeltgids voor cactussen en vetplanten binnen dezelfde raad: veel licht, maar voorzichtig wennen aan felle zon.
Hoe stek en vermeerder je hangende vetplanten?
Hangende vetplanten zijn makkelijk te stekken. Zo maak je van één plant er meerdere, of vul je een kale pot weer op. Het beste moment is het voorjaar of de zomer, als de plant actief groeit.
- Knip met een schone schaar een gezonde rank van acht tot tien centimeter af.
- Haal de onderste blaadjes van de laatste twee centimeter weg.
- Leg de stek een tot drie dagen op een droge plek, zodat het wondje indroogt. Dit heet callus vormen en voorkomt dat de stek gaat rotten.
- Leg of steek de stek op licht vochtige cactusgrond. Bij de erwtenplant en Sedum kun je de rank ook plat op de grond leggen, zodat hij op meerdere plekken wortelt.
- Geef de eerste weken weinig water en zet de stek licht, zonder felle zon.
Na twee tot vier weken voel je weerstand als je voorzichtig aan de stek trekt. Dat betekent dat er wortels zijn.
Zoek je meer soorten die weinig water vragen, ook buiten de vetplanten? Kijk dan bij de hangplanten die weinig water nodig hebben.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak water geven aan een hangende vetplant?
In de lente en zomer meestal eens per twee weken, als de grond helemaal droog is. In de herfst en winter groeit de plant nauwelijks en is eens per drie tot vier weken genoeg. Hangt de plant warm en zonnig, dan droogt hij sneller uit. Voel altijd eerst met je vinger voordat je giet.
Waarom vallen de blaadjes van mijn erwtenplant af?
Meestal door te veel water: de stengels bij de grond worden dan zacht en bruin en de bolletjes laten los. Gerimpelde, platte bolletjes wijzen juist op te weinig water. Ook te weinig licht of stoten tegen de plant kunnen bolletjes laten vallen. Controleer eerst de grond en de stengelvoet, en pas daarna je gietritme aan.
Kunnen hangende vetplanten buiten staan?
Van eind mei tot half september kan dat op een beschutte plek met ochtendzon. Laat de plant eerst wennen aan het felle buitenlicht. Zet hem uit de regen, want een natte kluit gaat bij koele nachten snel rotten. Haal hem binnen voordat het 's nachts onder de tien graden komt, want de meeste soorten zijn niet winterhard.
Welke grond gebruik je voor hangende vetplanten?
Gebruik cactusgrond gemengd met ongeveer een derde perliet of grof zand. Dat mengsel laat water snel doorlopen en houdt de wortels luchtig. Gewone potgrond blijft te lang nat. Voor Rhipsalis en Hoya kun je er wat schors of orchideeënsubstraat door mengen.
Wil je zelf een hangende vetplant uitkiezen? Bekijk dan de vetplanten voor binnen. Je krijgt gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas en in een verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.
Voor levende planten geldt daarnaast ons retour- en garantiebeleid.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.