Planten voor een donkere badkamer

Planten voor donkere ruimtes: 10 soorten die het redden

Heb je weinig daglicht in huis? Dan hoef je niet meteen af te zien van groen. Er zijn verschillende planten die goed kunnen omgaan met weinig licht, zoals de Zamioculcas, Aspidistra en Sansevieria. Belangrijk is wel dat ‘donker’ niet hetzelfde is als volledig donker. Een plant heeft licht nodig voor fotosynthese, maar sommige soorten kunnen met veel minder licht toe dan andere.

Voor een noordkamer, hal of donkere hoek zijn daarom vooral schaduwtolerante planten interessant. In een ruimte zonder daglicht heb je daarnaast kunstlicht nodig. Zo kies je niet alleen een mooie plant, maar ook een plek waar hij zich op de lange termijn goed kan redden.

Wil je eerst meer soorten vergelijken? Bekijk dan ook onze kamerplanten. Daar kun je rustig ontdekken welke plant bij jouw ruimte past.

Wanneer is een ruimte echt donker?

Een ruimte voelt voor jou misschien donker aan, terwijl er voor een plant nog best wat licht aanwezig is. Kijk daarom niet alleen naar hoe helder een kamer oogt, maar naar het licht op de plek waar de plant komt te staan. Een raam op het noorden, een hal met daglicht of een hoek enkele meters van het raam kan bijvoorbeeld weinig licht geven zonder echt donker te zijn.

Een eenvoudige eerste controle is de schaduwtest. Houd op een zonnige of heldere dag je hand boven de plek waar je plant wilt neerzetten. Zie je een duidelijke, scherpe schaduw? Dan is er relatief veel licht. Is de schaduw vaag of nauwelijks zichtbaar? Dan krijgt de plek veel minder licht.

Je kunt ook een gratis luxmeter-app gebruiken. Daarmee krijg je een indicatie van de hoeveelheid licht op de standplaats. Rond 500 lux zit je in een gebied waarin de keuze voor een schaduwtolerante plant belangrijk wordt. Zie lux vooral als hulpmiddel, niet als een harde grens. De behoefte verschilt namelijk per plantensoort.

Wageningen University & Research beschrijft dat schaduwplanten een lager lichtniveau kunnen benutten dan planten die veel licht nodig hebben. Dat verklaart waarom een Aspidistra op een donkere plek beter kan functioneren dan bijvoorbeeld een plant die van veel zon houdt.

Je kunt donkere standplaatsen grofweg in drie groepen verdelen:

  • Weinig licht: er is overdag duidelijk daglicht, maar geen direct zonlicht.
  • Schaduw: de plant staat verder van het raam of in een donkere hoek.
  • Geen daglicht: er is geen raam en je bent afhankelijk van kunstlicht.

Welke planten zijn geschikt voor donkere ruimtes?

Niet iedere plant voor weinig licht heeft dezelfde verzorging nodig. De ene soort kan langere tijd droog staan, terwijl de andere liever wat gelijkmatiger vocht heeft. Onderstaande tien planten zijn daarom niet alleen geselecteerd op hun tolerantie voor weinig licht, maar ook op hun praktische verzorging.

Plant Lichtbehoefte Water Max. hoogte*
Zamioculcas zamiifolia Weinig licht Weinig ± 100 cm
Aspidistra elatior Weinig licht Weinig ± 80 cm
Sansevieria Weinig licht Weinig ± 100 cm
Epipremnum aureum Weinig tot gemiddeld Gemiddeld ± 200 cm
Chamaedorea Weinig tot gemiddeld Gemiddeld ± 150 cm
Aglaonema Weinig licht Gemiddeld ± 100 cm
Spathiphyllum Weinig tot gemiddeld Gemiddeld ± 100 cm
Philodendron scandens Weinig tot gemiddeld Gemiddeld ± 200 cm
Asplenium Weinig tot gemiddeld Regelmatig ± 60 cm
Rhapis excelsa Weinig tot gemiddeld Gemiddeld ± 200 cm

*De uiteindelijke hoogte hangt af van de soort, cultivar en omstandigheden.

Voor een echt donkere hoek zijn vooral de Zamioculcas, Aspidistra en Sansevieria praktische keuzes. Ze groeien bij weinig licht wel langzamer. Bij een noordkamer of plek met indirect daglicht kun je ook kijken naar een Aglaonema, Spathiphyllum of Philodendron.

Let bij bontgekleurde planten extra op het licht. Een lichtere bladtekening kan bij onvoldoende licht minder duidelijk worden. Zo blijft een groene variant vaak een veiligere keuze wanneer de standplaats erg donker is.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke plant past bij welke plek?

Niet elke donkere plek is even donker. Een gang met glas in de voordeur geeft een plant iets heel anders dan een nis naast de kast. Kijk daarom per plek welke soort er het best past.

  • Noordkamer: vlak voor een noordraam komt nooit directe zon binnen, maar wel gelijkmatig daglicht. Hier kun je ook kiezen voor soorten die net iets meer licht willen, zoals een Spathiphyllum of een Kentiapalm (Howea forsteriana). Die palm wordt binnen 1,5 tot 2,5 meter hoog en vult een lege hoek met ruimte in de hoogte.
  • Hoek achter de bank: deze plek ligt vaak maar drie tot vier meter van het raam, maar de bank en de muur vangen veel licht af. Een Zamioculcas past hier goed, omdat hij water opslaat in zijn dikke wortelstokken en weinig vraagt.
  • Gang of hal: er valt vaak licht binnen via een zijraam of glas in de voordeur, maar het is er ook koel en tochtig. De Aspidistra verdraagt die koelte en tocht. Volgens Kew Plants of the World Online komt hij uit Japan en Zuid-China, waar hij in de schaduw van bomen groeit.
  • Trapgat: het licht komt van boven, via een dakraam of het raam op de overloop. Beneden aan de trap is het flink donkerder dan halverwege. Een Epipremnum kun je langs de trapleuning laten hangen, zodat je de ranken zelf richting het licht stuurt. Op de overloop blijft een Chamaedorea mooi compact.
  • Nis naast de kast: dit is de lastigste plek, omdat het licht er alleen onder een scherpe hoek binnenkomt. Kies hier alleen de taaiste soorten, zoals de Zamioculcas of Aspidistra.
  • Kamer met vitrage of gordijnen: dichte vitrage of half dichte gordijnen houden flink wat licht tegen. Schuif de gordijnen overdag helemaal open, dat maakt voor een plant al veel uit.

Een souterrain of kamer met een klein raam op het noorden combineert vaak meerdere van deze factoren. Kies daar de meest schaduwtolerante soorten. Meer soorten voor zulke plekken vind je bij de planten voor weinig licht.

Welke soort houdt het het langst vol?

Of een plant het jaren uithoudt in de schaduw, hangt niet alleen af van hoeveel licht hij verdraagt. Ook herstelvermogen na een fout, trage groei en bestand zijn tegen natte grond tellen mee. Geef je elke soort op die vier punten een score van 1 tot 5, dan ontstaat deze volgorde.

Plant Lichttolerantie Herstel Trage groei Bestand tegen natte grond Totaal
Aspidistra 5 5 5 4 19
Zamioculcas 4 5 4 3 16
Sansevieria 4 4 5 2 15
Epipremnum 4 5 2 3 14
Aglaonema 4 3 4 3 14
Spathiphyllum 3 4 3 3 13
Rhapis 3 2 5 2 12

De scores zijn een inschatting op basis van hoe de soorten zich in huiskamers gedragen, geen laboratoriummeting. Wat opvalt: geen enkele plant scoort maximaal op natte grond. In de schaduw blijft te veel water het grootste risico, welke soort je ook kiest.

Elke soort heeft wel een kanttekening. De Aspidistra groeit zo langzaam dat hij relatief prijzig is voor zijn formaat. De Epipremnum herstelt goed na droogte, maar rekt in de schaduw uit met grote afstanden tussen de bladeren. De Aglaonema is gevoelig voor kou en tocht en krijgt onder de 15 graden sneller vlekken. Roze en rode vormen hebben duidelijk meer licht nodig dan de groene. De Rhapis krijgt bij droge lucht of kalkrijk water snel bruine bladpunten.

Welke schaduwplanten zijn veilig bij huisdieren?

Heb je katten, honden of jonge kinderen, let dan ook op giftigheid. Volgens de ASPCA-lijst zijn de Aspidistra, Chamaedorea, Kentiapalm, Rhapis en Asplenium niet giftig voor katten en honden. De Zamioculcas, Sansevieria, Epipremnum, Philodendron, Aglaonema en Spathiphyllum staan er wel als giftig op. Zet die soorten buiten bereik, bijvoorbeeld hoog op een kast of als hangplant. Twijfel je bij een specifieke plant, overleg dan met je dierenarts.

Welke planten kun je beter overslaan?

Sommige soorten zie je volop in de winkel of worden zelfs als schaduwplant aangeprezen, maar in een donkere ruimte stellen ze bijna altijd teleur.

  • Cactussen en vetplanten zoals Aloe en Echeveria worden lang en slap en verliezen hun kleur.
  • Vioolbladplant (Ficus lyrata) laat na een paar maanden zijn onderste bladeren vallen.
  • Monstera (Monstera deliciosa) overleeft een tijd in halfschaduw, maar maakt daar kleine bladeren zonder de kenmerkende gaten.
  • Calathea (Goeppertia) verliest in echte schaduw zijn tekening en krijgt last van natte voeten.
  • Croton (Codiaeum variegatum) verliest zijn felle kleuren en wordt groen.
  • Paradijsvogelplant (Strelitzia reginae) groeit wel, maar zal nooit bloeien.

Dat het vaak pas later misgaat, komt doordat een plant uit de kas reserves heeft. De eerste weken teert hij daarop en pas na een seizoen zie je de achteruitgang. Bewaar deze soorten daarom voor de lichtste plek in huis.

Wat doet weinig licht met een plant?

Een plant die te weinig licht krijgt, stopt niet meteen met groeien. Je ziet vaak eerst subtiele veranderingen. Nieuwe stengels kunnen langer en dunner worden. Nieuwe bladeren blijven soms kleiner en de kleur kan bleker worden. Ook kan de groei duidelijk vertragen.

Dat betekent niet automatisch dat je plant ziek is. De plant probeert zich aan te passen aan de hoeveelheid licht die beschikbaar is. Licht is namelijk nodig voor fotosynthese, het proces waarmee de plant met behulp van lichtenergie suikers aanmaakt.

Zie je dat je plant steeds verder naar het raam groeit, nauwelijks nieuwe bladeren maakt of duidelijk bleker wordt? Dan is de standplaats waarschijnlijk te donker. Zet de plant iets dichter bij het raam of voeg kunstlicht toe.

Een rustige groei is op zichzelf geen probleem. Zeker bij een Zamioculcas of Aspidistra hoef je niet iedere week nieuwe bladeren te verwachten. Kijk vooral naar het totaalbeeld: blijft de plant stevig, heeft hij een gezonde kleur en ontstaan er af en toe nieuwe scheuten? Dan kan de standplaats prima werken.

Hoe vaak geef je water in de schaduw?

Hier gaat het bij donkere standplaatsen vaak mis. Een plant die weinig licht krijgt, groeit meestal langzamer en gebruikt daardoor minder water. De potgrond blijft dus langer vochtig dan bij dezelfde plant op een lichte plek.

Geef daarom niet automatisch iedere week water. Controleer eerst de potgrond. Voelt de bovenlaag nog duidelijk vochtig aan? Wacht dan nog even. Is de grond opgedroogd en past dat bij de behoefte van jouw plant? Dan kun je water geven.

Vooral bij een Zamioculcas, Sansevieria en Aspidistra is te vaak water geven een groter risico dan een keer te lang wachten. Zorg daarnaast voor een pot met drainagegaten, zodat overtollig water kan wegstromen.

De vuistregel is simpel: hoe minder licht, hoe belangrijker het is om eerst te controleren voordat je water geeft. Zo voorkom je dat je vanuit goede bedoelingen juist te veel water geeft.

Wat vraagt een plant in de schaduw nog meer?

Niet alleen water, ook de rest van de verzorging stem je af op het licht. Een plant die weinig groeit, verbruikt van alles minder.

  • Geef weinig voeding. Geef hooguit een paar keer in het voorjaar en de zomer een halve dosis en in de winter niets. Voeding die de plant niet gebruikt, hoopt zich op in de grond en kan de wortels beschadigen.
  • Neem het blad af. Veeg de bladeren om de paar weken schoon met een vochtige doek. Een laagje stof houdt licht tegen, en op een donkere plek telt elk beetje.
  • Draai de pot een kwartslag als je water geeft. Zo groeit de plant niet scheef naar de enige lichtbron toe.

Hoe haal je meer licht uit dezelfde kamer?

Je hoeft niet altijd meteen een andere plek voor je plant te zoeken. Soms kun je met een paar kleine aanpassingen al meer van het aanwezige daglicht benutten.

  • Kies een lichte muurkleur. Lichte oppervlakken weerkaatsen meer licht, waardoor de ruimte helderder kan aanvoelen.
  • Zet een spiegel tegenover het raam. Zo kan daglicht verder de kamer in worden verspreid.
  • Houd de ramen schoon. Vuil en stof houden een deel van het beschikbare licht tegen.
  • Haal vitrage weg waar dat kan. Een dun gordijn kan op een donkere standplaats net het verschil maken.
  • Zet de plant niet onnodig ver van het raam. Een kleine verplaatsing richting het raam kan de hoeveelheid licht flink veranderen.

Kijk daarbij altijd naar de plant zelf. Een spiegel maakt een donkere kamer niet ineens geschikt voor iedere plant. Het doel is vooral om het beschikbare licht zo goed mogelijk te benutten.

Wanneer heb je een groeilamp nodig?

Heeft de ruimte helemaal geen raam? Dan is een groeilamp geen luxe, maar een praktische manier om een levende plant langdurig te houden. Zonder voldoende licht kan geen groene plant blijven groeien. Ook de sterkste schaduwplanten hebben licht nodig voor fotosynthese.

Een groeilamp is ook interessant wanneer een plant steeds verder achteruitgaat ondanks een zorgvuldige watergift. Een eenvoudige led-groeilamp hoeft daarbij niet veel stroom te kosten. Een lamp van 10 watt die 10 uur per dag brandt, gebruikt ongeveer 0,1 kWh per dag. Bij een stroomprijs van €0,30 per kWh is dat ongeveer €0,03 per dag, oftewel minder dan €1 per maand.

De werkelijke kosten hangen natuurlijk af van het vermogen, het aantal branduren en jouw energieprijs. Kies vooral een lamp die geschikt is voor planten en plaats hem op een passende afstand. Wageningen University & Research laat ook zien dat planten verschillend reageren op lichtintensiteit en belichtingsduur. Meer licht is dus niet automatisch altijd beter.

Een timer maakt het eenvoudig. Zo krijgt je plant iedere dag ongeveer hetzelfde lichtschema en hoef je er zelf niet steeds aan te denken.

Wat als je plek te donker is voor elke plant?

Een wc zonder raam, een inloopkast of een hal zonder glas in de deur krijgt alleen licht als jij de lamp aandoet. Daar zakt ook de sterkste Zamioculcas langzaam in. Eerst stopt de groei, daarna vergeelt het oudste blad, omdat de plant voedingsstoffen daaruit terughaalt voor de jongere bladeren. Nieuwe scheuten worden lang en bleek. Na een paar weken tot een paar maanden is de plant zo verzwakt dat herstel moeilijk wordt. Op zo'n plek heb je drie opties.

Hang een groeilamp op. Hang een led-groeilamp op 30 tot 50 centimeter boven de plant en laat hem 10 tot 12 uur per dag branden. Een gewone plafondlamp is meestal te zwak en hangt te ver weg. De University of Minnesota Extension legt uit dat een ledlamp met een volledig spectrum goed werkt voor kamerplanten en weinig warmte afgeeft.

Wissel twee planten af. Zet twee exemplaren van dezelfde soort en van gelijke grootte neer. De ene staat op de donkere plek, de andere bij een raam op het oosten of noorden. Om de zes weken wissel je ze om. Op de lichte plek bouwt de plant zijn reserves weer op, zodat beide in conditie blijven en je donkere hoek nooit leeg staat. Dit werkt goed met Zamioculcas, Aspidistra en Epipremnum, omdat die een wisseling in licht zonder bladval opvangen. Zet de plant die uit het donker komt niet meteen in felle zon, want zijn blad kan dan verbranden.

Kies een kunstplant. Wil je geen gedoe, dan is een kunstplant een eerlijke keuze voor een plek waar een levende plant geen kans krijgt. Goede exemplaren zien er echt uit en vragen alleen af en toe afstoffen.

Welke plant heeft het minste licht nodig?

De Aspidistra elatior, Zamioculcas zamiifolia en Sansevieria behoren tot de kamerplanten die weinig licht goed verdragen. Toch hebben ook deze soorten licht nodig. Voor een echt donkere ruimte zonder raam is daarom aanvullend kunstlicht nodig. Kies bij twijfel liever een sterke, groene soort dan een sterk bontgekleurde plant.

Kan een plant overleven zonder daglicht?

Niet zonder enige vorm van licht. Een groene plant heeft licht nodig voor fotosynthese. In een ruimte zonder daglicht kun je wel een geschikte kamerplant houden met voldoende kunstlicht. Een LED-groeilamp kan daarbij helpen. Een gewone lamp die maar kort brandt, is niet automatisch voldoende. De lichtsterkte, afstand en brandduur bepalen samen wat de plant ontvangt.

Hoe vaak geef ik water aan een plant in een donkere hoek?

Geef niet op een vast schema water. Een plant in een donkere hoek groeit meestal langzamer en verbruikt daardoor minder water. Controleer daarom eerst de potgrond voordat je giet. Is de grond nog vochtig, wacht dan. Is de grond voldoende opgedroogd, geef dan water volgens de behoefte van de soort. Zo voorkom je vooral bij weinig licht dat de wortels te lang nat blijven.

Waarom worden de bladeren van mijn plant lichter in de schaduw?

Bij te weinig licht kan een plant minder compact groeien en kan de bladkleur veranderen. Nieuwe bladeren kunnen kleiner of bleker worden en bonte patronen kunnen minder duidelijk worden. Dat hoeft niet meteen op een ziekte te wijzen. Controleer eerst de standplaats. Krijgt de plant nauwelijks daglicht, zet hem dan dichter bij een raam of gebruik aanvullend kunstlicht.

Hoe lang houdt een plant het vol in het donker?

Dat hangt af van de soort en de conditie. Een Zamioculcas met volle wortelstokken redt het soms enkele maanden, een Epipremnum eerder enkele weken voordat hij zichtbaar achteruitgaat. Zie je lange, bleke scheuten of vergelend oud blad, zet de plant dan een paar weken op een lichtere plek om bij te komen.

Welke schaduwplant bloeit binnen?

De Spathiphyllum, ook wel lepelplant genoemd, is de bekendste schaduwplant die binnen bloeit, met witte schutbladen. In echte schaduw bloeit hij minder of niet. Zet hem voor bloei op een plek met helder, indirect licht, zoals een meter van een noord- of oostraam. De Aglaonema bloeit soms ook, maar onopvallend.

Hoelang duurt het voordat een schaduwplant herstelt?

Dat duurt lang, omdat groei in de schaduw traag gaat. Beschadigd blad herstelt niet, de plant moet nieuw blad maken. Bij een Aspidistra of Zamioculcas kan dat maanden duren. Wil je herstel versnellen, zet de plant dan een paar weken op een lichtere plek zonder directe zon.

Wil je een plant die past bij jouw donkere hoek, hal of noordkamer? Bekijk het assortiment en ontdek welke kamerplant bij jouw standplaats past. Bij Pureplant worden planten rechtstreeks vanuit de kas verzonden. Je profiteert van gratis verzending, levering binnen 1 tot 3 werkdagen en een verpakking op maat.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.

Gepubliceerd op