87 producten
Bloembollen dragen bij aan biodiversiteit als je ze kiest op variatie: veel verschillende soorten, verschillende bloeimomenten en verschillende bloemvormen, op een plek die je niet ieder jaar omspit. Het gaat dan niet om één soort dier, maar om het hele systeem. Bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders vinden voedsel, en in de ongestoorde grond rond de bollen kan het bodemleven zijn gang gaan. In deze collectie vind je een brede mix van soorten waarmee je dat stap voor stap opbouwt.
Wat betekent biodiversiteit in een tuin met bloembollen?
Biodiversiteit is de rijkdom aan leven op een plek: hoeveel verschillende planten, insecten, bodemdieren en andere organismen er samen voorkomen. Een tuin met honderd dezelfde tulpen is kleurrijk, maar weinig divers. Een tuin met twintig soorten die na elkaar bloeien, biedt veel meer dieren iets om van te leven.
Bloembollen spelen daarin een speciale rol, omdat ze vroeg in het jaar bloeien en weinig ruimte innemen. Je kunt ze tussen bestaande beplanting zetten zonder iets weg te halen. Zo voeg je een extra laag leven toe aan je tuin, bovenop wat er al staat.
Waarom werkt een mix van bloembollen beter voor biodiversiteit?
Verschillende insecten hebben verschillende wensen. Ook het moment van bloei verschilt per soort. Door veel soorten te combineren, vergroot je de kans dat er voor zoveel mogelijk dieren op het juiste moment iets te vinden is.
Spreiding in bloeitijd
Met de bollen in deze collectie kun je een bloeireeks maken van februari tot juli. Het begint met winterakoniet (Eranthis cilicica), sneeuwklokjes (Galanthus elwesii) en krokussen. Daarna volgen blauwe sterhyacint (Scilla siberica), Griekse anemoon (Anemone blanda) en holwortel (Corydalis solida 'Beth Evans'). In april en mei bloeien druifjes, kievitsbloemen, bostulpen en zomerklokjes. Wilde hyacinten, prairielelies en alliums sluiten het voorjaar af.
Spreiding in bloemvorm
- Open schotels, zoals krokus, anemoon en tulp, waar stuifmeel direct bereikbaar is.
- Klokjes en trosjes, zoals druifje (Muscari), zomerklokje (Leucojum aestivum) en kievitsbloem (Fritillaria meleagris), waar insecten in moeten kruipen.
- Bolvormige schermen, zoals sierui (Allium), met tientallen kleine bloempjes op één stengel.
- Buisvormige bloemen, zoals holwortel en hyacint, met nectar dieper in de bloem.
Welke insecten bij welke bloemvorm passen, verschilt per soort en is niet altijd voorspelbaar. Juist daarom is variatie de veiligste keuze: je hoeft niet precies te weten wie er komt, zolang er genoeg keus is.
Welke rol spelen wilde en botanische soorten?
In deze collectie zitten naast bekende tuinbollen ook soorten die dicht bij hun wilde vorm staan. Denk aan de bostulp (Tulipa sylvestris), de kievitsbloem, de wilde hyacint (Hyacinthoides non-scripta) en de krokussoortenmix. Zulke soorten zijn vaak niet ver doorgekweekt op bloemgrootte of kleur, zodat de oorspronkelijke bloembouw behouden blijft.
Wel is het goed om bewust te kiezen. Een voorbeeld is de boshyacint. In deze collectie zitten zowel de wilde hyacint als de Spaanse boshyacint (Hyacinthoides hispanica). Volgens de Britse natuurorganisatie The Wildlife Trusts kan de Spaanse soort kruisen met de wilde hyacint, waarbij vruchtbare hybriden ontstaan. Dat verdunt de kenmerken van de wilde soort. Wil je bijdragen aan het behoud van de wilde hyacint, plant dan niet beide soorten bij elkaar en kies bij voorkeur voor Hyacinthoides non-scripta.
Hoe helpen bloembollen het bodemleven?
Biodiversiteit zit niet alleen boven de grond. In een gezonde bodem leven regenwormen, schimmels, bacteriën en kleine insecten die organisch materiaal afbreken en de grond luchtig houden. Bollen helpen daar vooral indirect aan mee, doordat je de grond met rust laat.
- Laat de bollen zitten. Meerjarige bollen blijven jaren op dezelfde plek. Zo hoef je niet te spitten, wat het netwerk van schimmels en de gangen van wormen verstoort.
- Laat het blad afsterven. Het blad voedt de bol voor volgend jaar. Wat daarna vergaat, wordt voedsel voor bodemdieren.
- Laat blad van bomen in de herfst liggen tussen de bollen. Het beschermt de grond tegen uitdrogen en is voedsel voor het bodemleven. De bollen groeien er in het voorjaar gewoon doorheen.
- Kies voor bodembedekkers tussen de bollen. Een levende laag planten houdt de grond bedekt, zodat de bodem niet kaal ligt. In de collectie bodembedekkers vind je soorten die daar geschikt voor zijn.
Soorten die zich uitbreiden, zoals sneeuwklokjes, sterhyacinten en krokussen, zijn hierbij extra interessant. Ze vormen na een paar jaar vanzelf grotere plekken, zonder dat je opnieuw hoeft te planten. Meer van zulke soorten vind je bij de bloembollen die verwilderen.
Hoe richt je een plek in voor meer biodiversiteit?
Je hoeft je tuin niet om te gooien. Met een paar keuzes maak je een groot verschil.
- Kies liever tien soorten in kleine groepjes dan één soort in grote aantallen. Zo spreid je bloeitijd en bloemvorm.
- Combineer zonnige en schaduwrijke plekken. Kievitsbloem en zomerklokje houden van vochtige grond, krokussen en alliums van zon. Door ze elk op hun eigen plek te zetten, benut je de variatie die je tuin al heeft.
- Maai of snoei gefaseerd. Staan je bollen in gras, laat dan bij het maaien een deel staan. Een advies van Wageningen UR over natuurgericht maaien noemt het laten staan van 10 tot 20 procent van de vegetatie per maaibeurt, in stroken of plekken. Zo houden insecten een schuilplek tijdens de periode dat het gemaaide deel weer aangroeit.
- Gebruik geen bestrijdingsmiddelen. Een middel tegen één plaag raakt vaak ook andere insecten, en die heb je juist nodig.
Heb je een groter stuk gras dat je wilt omvormen, kijk dan ook bij de bloembollen voor een bloemenweide. Daar lees je meer over bollen in gras en maaibeheer.
Wat zijn de grenzen van bloembollen voor biodiversiteit?
Bloembollen zijn een mooie bouwsteen, maar geen compleet ecosysteem. Hun bloei concentreert zich in het voorjaar. Na juli heb je vaste planten, struiken en een ruig hoekje nodig om insecten door de zomer en herfst te helpen. Ook bieden bollen weinig schuilplaats of nestgelegenheid. Een heg, een stapel takken of een stukje kale grond voor bodemnestelende bijen vullen dat aan.
Daarnaast zijn niet alle bollen in deze collectie wilde soorten. De keizerskroon (Fritillaria imperialis), de hyacintenmixen en de Greigii-tulpen zijn tuinvormen. Ze passen in een diverse tuin, maar vervangen de wilde soorten niet. Het draait om de mix.
Veelgestelde vragen over bloembollen voor biodiversiteit
Wat is het verschil met bijvriendelijke bloembollen?
Bijvriendelijke bollen kies je vooral op vroege bloei en open bloemen voor bijen en hommels. Bij biodiversiteit kijk je breder: naar zoveel mogelijk verschillende soorten, bloemvormen en naar het bodemleven. Wil je specifiek bijen helpen, kijk dan bij de bijvriendelijke bloembollen.
Hoeveel soorten bloembollen moet ik planten?
Daar is geen vast getal voor. Een goede start is een soort per bloeimaand van februari tot juni. Zo heb je vijf of zes soorten die elkaar opvolgen, en kun je elk jaar iets toevoegen.
Wanneer plant je deze bollen?
Alle bollen in deze collectie plant je in de herfst, van september tot in december zolang de grond niet bevroren is. Algemene plantinstructies, zoals diepte en afstand, vind je bij de bloembollen.
Kan ik bollen in de schaduw zetten?
Ja, een deel van de soorten verdraagt halfschaduw, vooral onder bladverliezende bomen. Sneeuwklokjes, holwortel, wilde hyacinten en anemonen bloeien voordat de bomen blad krijgen, zodat ze in het voorjaar toch genoeg licht hebben.
Kies een mix die bij jouw tuin past en plant die dit najaar, dan zet je een eerste stap naar een tuin met meer leven, boven en onder de grond. Je bestelling wordt met gratis verzending binnen 1 tot 3 werkdagen bezorgd, rechtstreeks vanuit de kas en in een verpakking op maat, zodat je bollen goed beschermd aankomen. Omdat het om levende producten gaat, kun je ze niet retourneren. Is er bij aankomst iets beschadigd? Meld het dan binnen 48 uur via info@pureplant.nl met je bestelnummer en foto's, zodat Pureplant een passende oplossing voor je zoekt.