Voor een grote kamerplant voor schaduw kom je uit bij zes soorten: Aspidistra, Zamioculcas, Kentiapalm, Rhapis, Philodendron en Dracaena. De Aspidistra verdraagt het minste licht, de Philodendron groeit in de schaduw het best door. Daartussen verschillen ze vooral in eindhoogte, waterbehoefte en gevoeligheid voor droge lucht. Weet je welke factor bij jou zwaar weegt, dan valt de keuze snel.
Wie zijn de zes kandidaten?
Alle zes groeien in de natuur op plekken met gefilterd licht. Dat verklaart waarom ze het binnen in een donkere hoek langer volhouden dan zonminnende soorten.
Aspidistra (Aspidistra elatior) komt van de schaduwrijke bosbodem in Azië. Hij vormt een dichte pol van rechtopstaande bladeren en staat bekend als de plant die ook in een koele gang overeind blijft.
Zamioculcas (Zamioculcas zamiifolia) slaat water op in dikke wortelstokken. Daardoor redt hij het met weinig licht en weinig water, al groeit hij dan heel langzaam.
Kentiapalm (Howea forsteriana) is de enige palm die echt met halfschaduw overweg kan. Hij geeft hoogte en een luchtig silhouet.
Rhapis (Rhapis excelsa), ook wel bamboepalm, heeft waaiervormige bladeren op dunne stengels. Hij groeit langzaam en blijft relatief smal.
Philodendron (Philodendron) in een grote klimmende vorm groeit ook bij minder licht nog zichtbaar door. Aan een mosstok wordt hij hoog zonder veel vloerruimte te vragen.
Dracaena (Dracaena fragrans) groeit op een of meer stammen en blijft slank. Hij verdraagt halfschaduw goed, zolang hij geen natte voeten krijgt.
Hoe donker kan elke soort echt aan?
Schaduwtolerant betekent niet dat een plant zonder licht kan. Het betekent dat hij met weinig licht overleeft, zonder veel te groeien. In deze tabel zie je hoe de zes zich tot elkaar verhouden.
| Soort | Minimale lichtbehoefte | Groeisnelheid in schaduw | Eindhoogte binnen |
|---|---|---|---|
| Aspidistra | zeer weinig, 3 tot 5 meter van een raam | zeer langzaam | 60 tot 90 cm |
| Zamioculcas | weinig, noordkamer | zeer langzaam | 80 tot 120 cm |
| Kentiapalm | halfschaduw, 2 tot 4 meter van een raam | langzaam | 200 tot 300 cm |
| Rhapis | halfschaduw | langzaam | 120 tot 200 cm |
| Philodendron | halfschaduw | gemiddeld | 150 tot 250 cm aan een mosstok |
| Dracaena | halfschaduw tot licht | langzaam tot gemiddeld | 150 tot 250 cm |
Een vuistregel: kun je op de plek overdag zonder lamp nog makkelijk een krant lezen, dan is er genoeg licht voor alle zes. Moet je turen, dan blijven vooral Aspidistra en Zamioculcas over. De University of Maryland Extension legt uit hoe snel lichtsterkte afneemt als je verder van het raam gaat staan.
Wil je hoogte in een donkere hoek, dan is de Kentia de logische keus. Aspidistra en Zamioculcas vullen vooral de onderste meter. Houd er rekening mee dat de groeisnelheid in de tabel geldt voor schaduw. Zet je dezelfde plant lichter, dan groeit hij merkbaar sneller, maar verbruikt hij ook meer water.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Hoe verschilt het onderhoud?
Op een donkere plek verbruikt een plant weinig water, dus de gietfrequentie daalt voor alle zes. Toch zijn er duidelijke verschillen.
- Watergift: Zamioculcas heeft het minste nodig, in de schaduw soms maar eens per drie tot vier weken. Aspidistra en Dracaena zitten op eens per twee tot drie weken. Kentia, Rhapis en Philodendron willen een licht vochtige kluit en krijgen eens per een tot twee weken water.
- Droge lucht: Zamioculcas en Aspidistra hebben er weinig last van, dankzij hun stevige blad. Kentia en Rhapis krijgen bij droge lucht sneller bruine punten. Philodendron en Dracaena zitten ertussenin.
- Spint: dit kleine mijtje houdt van warme, droge lucht. Palmen als Kentia en Rhapis zijn het gevoeligst, Dracaena in mindere mate. Bij Zamioculcas en Aspidistra zie je het zelden.
Voor wie weinig tijd heeft, zijn Zamioculcas en Aspidistra dus de winnaars op onderhoud. Kentia en Rhapis vragen dat je het blad af en toe afspoelt en de onderkant controleert. Dat kost een paar minuten, maar voorkomt dat een plaag ongemerkt groeit. Voeding hebben alle zes weinig nodig in de schaduw. Geef in het groeiseizoen eens per zes weken een halve dosis, zodat er geen zouten ophopen in grond die nauwelijks doorgespoeld wordt.
Welke soort past bij welke situatie?
Met de eigenschappen op een rij kun je elke soort aan een plek koppelen.
- Gang of hal: Aspidistra. Hij verdraagt koelte, tocht en de minste hoeveelheid licht van de zes.
- Noordkamer: Kentiapalm of Philodendron. Een noordraam geeft gelijkmatig, zacht licht, genoeg voor deze twee om rustig door te groeien en hoogte te maken.
- Kantoorhoek: Zamioculcas. Hij verdraagt kunstlicht, droge lucht van de airco en een lang weekend zonder water.
- Slaapkamer: Rhapis of Dracaena. Ze blijven smal en rustig van vorm, en verdragen een koelere kamer.
Past jouw plek in twee categorieën? Kies dan op de zwakste factor. Een koele noordkamer vraagt eerder om een Aspidistra dan om een Philodendron, omdat kou en weinig licht elkaar versterken. Een warme maar donkere woonkamer is juist geschikt voor een Philodendron, omdat warmte de groei ondersteunt die het licht niet kan leveren. Meer ideeën voor lastige plekken vind je in onze blog over welke plant in een donkere kamer past.
Welke fouten worden schaduwplanten alsnog fataal?
Schaduwplanten zijn sterk, maar niet onkwetsbaar. Deze drie fouten zie je het vaakst.
- Te veel water: in de schaduw verdampt nauwelijks vocht. Wie giet zoals bij een plant in de zon, zet de wortels in natte grond, met wortelrot als gevolg. Voel altijd eerst of de grond droog is.
- Een te grote pot: veel grond rond weinig wortels blijft wekenlang nat. Verpot een schaduwplant alleen naar een pot die een paar centimeter breder is, en alleen als het echt nodig is.
- Koude tocht: in gangen en bij voordeuren komen koude luchtstromen binnen. Kentia, Philodendron en Dracaena reageren daarop met gele of bruine bladeren. Zet ze minstens een meter van de deur.
Het verraderlijke is dat een schaduwplant traag reageert. Een fout van nu zie je soms pas na weken, als de schade al groot is. Verander daarom één ding tegelijk en geef de plant een paar weken om te reageren. Zo weet je ook welke aanpassing het verschil maakte.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste grote kamerplant voor een donkere kamer?
Voor een echt donkere kamer is de Aspidistra de sterkste keus, gevolgd door de Zamioculcas. Ze verdragen het minste licht en hebben weinig water nodig. Zoek je meer hoogte, kies dan een Kentiapalm. Die heeft iets meer licht nodig, maar wordt binnen twee meter of hoger.
Kan een kamerplant helemaal zonder daglicht?
Nee, een plant heeft licht nodig om te leven. Zonder daglicht gebruikt hij zijn reserves op en verzwakt hij langzaam, ook als het een sterke schaduwplant is. In een ruimte zonder raam heb je een kweeklamp nodig die 10 tot 12 uur per dag brandt. Een gewone plafondlamp geeft niet genoeg licht.
Hoe vaak water geven bij weinig licht?
Bij weinig licht geef je veel minder water dan je gewend bent. Voor Zamioculcas is eens per drie tot vier weken vaak genoeg, voor Kentia en Philodendron eens per een tot twee weken. Voel altijd eerst of de bovenste centimeters grond droog zijn, want de behoefte verschilt per seizoen en per kamer.
Welke schaduwplant groeit nog redelijk door?
De Philodendron groeit van deze zes in de schaduw het best door. Aan een mosstok maakt hij in halfschaduw nog steeds nieuwe bladeren. De Dracaena volgt daarna. Aspidistra en Zamioculcas groeien in de schaduw zeer langzaam.
Heb je jouw schaduwsoort gekozen? In onze collectie kamerplanten voor in de schaduw vind je deze soorten in verschillende maten. Ook een grote schaduwplant bezorgen we met gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas. We gebruiken een verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.
Komt je levende plant toch niet goed aan, dan kun je rekenen op ons retour- en garantiebeleid.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.