Makkelijke buitenplanten voor een tuin die zichzelf redt

Een tuin die zichzelf redt, begint niet bij de sterkste plant, maar bij de plant die past. Makkelijke buitenplanten zijn soorten die bij jouw bodem en lichtval horen, zodat ze zonder extra water, voeding of bescherming jaar na jaar terugkomen. Zet je daarnaast zoveel planten dat de grond helemaal bedekt raakt, dan krijgt onkruid weinig kans en hoef je nauwelijks te wieden.

Hieronder vind je vijftien winterharde vaste planten die in de meeste Nederlandse tuinen goed gaan, verdeeld over zon en schaduw. Ze vragen hooguit een snoeibeurt per jaar.

Hoe lees je je eigen tuin?

Voordat je planten kiest, wil je weten hoeveel zon er valt. Kijk op een heldere dag om 10, 13 en 16 uur waar de schaduw ligt en maak een foto. Een plek met zes uur of meer direct zonlicht noem je zon, twee tot zes uur halfschaduw en minder dan twee uur schaduw. Zo kies je straks soorten die niet verbranden of juist wegkwijnen.

De bodem test je met je handen. Pak een vochtig handje aarde en knijp erin:

  • Valt het direct uit elkaar? Dan heb je zandgrond. Die droogt snel uit en is arm, dus kies droogteminnende planten.
  • Blijft het als een kleverige bal plakken? Dan is het klei. Klei houdt water vast en is rijk, maar kan in de winter nat blijven staan.
  • Kruimelig en donker? Dan zit je op leem of humusrijke grond, de makkelijkste bodem voor bijna alles.

Giet ook een emmer water in een kuiltje van een spade diep. Staat het na een uur nog, dan is de plek slecht doorlatend. Daar laat je lavendel en salie liever weg, want hun wortels rotten in natte grond.

Welke vijftien buitenplanten zijn echt makkelijk?

Deze soorten zijn geselecteerd op winterhardheid, een lange levensduur en weinig snoeiwerk. De bloeitijd en hoogte zijn richtwaarden, want die verschillen per cultivar.

Soort Bloeitijd Hoogte Standplaats Snoeien
Lavendel (Lavandula angustifolia) juni tot augustus 40 tot 60 cm zon, droog na de bloei licht terug
Steppesalie (Salvia nemorosa) juni tot september 40 tot 60 cm zon na eerste bloei terugknippen
Hemelsleutel (Hylotelephium spectabile) augustus tot oktober 40 tot 50 cm zon, droog in maart afknippen
Kattenkruid (Nepeta × faassenii) mei tot september 30 tot 50 cm zon na eerste bloei terug
Rode zonnehoed (Echinacea purpurea) juli tot september 60 tot 90 cm zon in voorjaar afknippen
Struisriet (Calamagrostis × acutiflora 'Karl Foerster') juli tot oktober (pluimen) 120 tot 150 cm zon in maart kort afknippen
Daglelie (Hemerocallis) juni tot augustus 50 tot 80 cm zon tot halfschaduw oud blad weghalen
Duizendknoop (Persicaria amplexicaulis) juli tot oktober 80 tot 120 cm zon tot halfschaduw in voorjaar afknippen
Hartlelie (Hosta) juli tot augustus 30 tot 70 cm halfschaduw tot schaduw geen
Vrouwenmantel (Alchemilla mollis) juni tot juli 30 tot 40 cm zon tot schaduw na bloei terug voor nieuw blad
Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) geen bloei 60 tot 90 cm schaduw oud blad in maart weg
Rotsooievaarsbek (Geranium macrorrhizum) mei tot juli 25 tot 35 cm halfschaduw tot schaduw geen
Purperklokje (Heuchera) juni tot juli 20 tot 40 cm halfschaduw oud blad weghalen
Kleine maagdenpalm (Vinca minor) april tot mei 10 tot 15 cm halfschaduw tot schaduw geen
Elfenbloem (Epimedium) april tot mei 20 tot 30 cm schaduw oud blad in februari weg

Wil je meer achtergrond per soort, dan helpt het artikel over vaste planten met makkelijk onderhoud je verder.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Wat zet je in een zonnige border?

Voor een zonnige, wat drogere plek werkt een combinatie van lavendel, steppesalie, hemelsleutel en struisriet vrijwel het hele jaar. Het mooie van dit viertal is dat ze elkaar aflossen. Salie en lavendel openen de zomer met blauw en paars, de hemelsleutel neemt het in augustus over met roze schermen en het siergras staat van zomer tot diep in de winter overeind.

Alle vier hebben hetzelfde ritme nodig: weinig water na de eerste zomer, geen extra mest en één snoeimoment in het vroege voorjaar. Dat maakt het onderhoud overzichtelijk, want je loopt in maart één keer met de schaar door de border.

Laat de uitgebloeide schermen van de hemelsleutel en de pluimen van het gras in de winter staan. Ze vangen rijp, geven structuur en bieden insecten een schuilplek. De Vlinderstichting noemt juist zulke nectarrijke soorten als lavendel en hemelsleutel waardevol, zie hun overzicht van planten voor vlinders en rupsen.

Een eerlijke kanttekening: lavendel wordt na acht tot tien jaar houtig en kaal van onderen. Plant hem dan opnieuw, want oud hout loopt slecht weer uit.

Wat groeit er in de schaduw onder bomen?

Onder bomen is het droog en donker, omdat de kroon regen en licht tegenhoudt en de boomwortels het vocht wegnemen. Toch zijn er planten die zich daar prima thuis voelen. Hosta, vrouwenmantel, mannetjesvaren en rotsooievaarsbek vormen samen een laag, groen tapijt met verschillende bladvormen.

Die groep vraagt vrijwel geen aandacht, en dat heeft een reden. In de schaduw groeien planten trager, zodat je minder hoeft te snoeien. De bladeren verdampen minder water dan in de zon, dus na het aanslaan is gieten zelden nodig. En omdat het gevallen blad van de boom tussen de planten blijft liggen, krijgen ze elk jaar gratis een laagje voeding.

Houd er wel rekening mee dat slakken dol zijn op hosta. Kies bij veel slakken een variëteit met dik, blauwgrijs blad, of vervang hosta door extra ooievaarsbek. Die heeft geurend blad waar slakken weinig mee doen.

Zoek je meer soorten voor donkere hoeken, kijk dan eens bij onze schaduwplanten.

Hoe houden bodembedekkers onkruid weg?

Onkruid kiemt waar kale grond en licht samenkomen. Bedek je de bodem met een dichte laag blad, dan krijgen zaden geen licht en komen ze niet op. Daarom vervangt een goed gesloten beplanting het wekelijkse wieden.

Bodembedekkers als kleine maagdenpalm, elfenbloem en rotsooievaarsbek vormen via uitlopers of wortelstokken binnen twee tot drie seizoenen een gesloten mat. Ze zijn wintergroen of houden hun blad lang vast, zodat de grond ook in het voorjaar bedekt is, precies wanneer de meeste onkruiden kiemen.

  • Plant bodembedekkers dichter dan je denkt, zodat de mat sneller sluit.
  • Leg in het eerste jaar een laag houtsnippers tussen de planten om de kale plekken tijdelijk af te dekken.
  • Haal wortelonkruid als zevenblad en kweek vooraf grondig weg, want bodembedekkers houden kiemend onkruid tegen, geen bestaande wortels.

Een ruime keuze vind je bij onze bodembedekkers. Milieu Centraal legt bovendien uit hoe je stap voor stap tegels vervangt door groen, handig als je een betegelde tuin wilt omvormen.

Hoe plant en verzorg je in het eerste jaar?

Het eerste jaar is het enige jaar waarin je echt aandacht moet geven. Daarna zorgen de planten grotendeels voor zichzelf.

Plantafstand. Hoge planten zoals struisriet zet je op 50 tot 60 cm, middelhoge soorten op 35 tot 40 cm en bodembedekkers op 20 tot 25 cm. Zo raken de bladeren elkaar na één à twee seizoenen.

Water in de eerste zomer. Nieuwe planten hebben nog een kleine wortelkluit. Geef bij droogte één keer per week een flinke gieter per plant, liever dan elke dag een beetje. Zo zoeken de wortels de diepte op en worden ze later droogtebestendig.

Wanneer begin je met snoeien? In het eerste jaar knip je alleen uitgebloeide bloemen weg. De eerste echte snoeibeurt volgt in maart van het tweede jaar, zodat de plant de winter doorkomt met zijn eigen blad als bescherming.

Wil je weten welke soorten ook in potten werken, lees dan over makkelijke planten voor tuin en pot.

Veelgestelde vragen

Welke tuinplanten hebben weinig onderhoud nodig?

Winterharde vaste planten die bij je bodem en licht passen, zoals steppesalie, hemelsleutel, rotsooievaarsbek en vrouwenmantel. Ze komen elk jaar terug, hebben na het eerste jaar zelden extra water nodig en vragen één snoeibeurt in het voorjaar. Combineer ze met bodembedekkers, zodat onkruid geen ruimte krijgt en je weinig hoeft te wieden.

Welke buitenplanten blijven groen in de winter?

Kleine maagdenpalm, elfenbloem en rotsooievaarsbek houden hun blad grotendeels vast, net als veel purperklokjes. Siergrassen als struisriet verkleuren naar strokleur, maar blijven wel overeind staan. Voor echt groene structuur voeg je een wintergroene heester toe, zoals Japanse hulst (Ilex crenata) of taxus (Taxus baccata), tussen de vaste planten.

Wanneer plant je vaste planten het beste?

Het voorjaar (maart tot mei) en de herfst (september tot november) zijn ideaal. De grond is dan vochtig en niet te koud, zodat wortels snel groeien. In de herfst geplante soorten hebben in het voorjaar een voorsprong. Droogteminnende planten als lavendel zet je liever in het voorjaar.

Hoeveel planten heb je per vierkante meter nodig?

Reken op 5 tot 7 planten per vierkante meter voor middelhoge vaste planten, 3 tot 4 voor grote soorten en siergrassen, en 9 tot 12 voor bodembedekkers. Zo sluit de beplanting binnen twee seizoenen en blijft er weinig kale grond over voor onkruid.

Klaar om te beginnen? In onze collectie vaste tuinplanten vind je veel van de soorten uit dit artikel. Je krijgt gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas en in een verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.

Voor levende planten geldt daarnaast ons retour- en garantiebeleid.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op