Makkelijke planten voor in de tuin: sterk en onderhoudsarm

Makkelijke planten voor in de tuin zijn vooral vaste planten, bodembedekkers en siergrassen die winterhard zijn en elk voorjaar vanzelf terugkomen. Het echte geheim zit in de beplanting zelf: zet je ze dicht genoeg op elkaar, dan sluit het bladerdek binnen een seizoen. Zo valt er geen licht meer op de kale grond en krijgt onkruid weinig kans. Je wiedt minder, je giet minder en de tuin ziet er toch vol uit.

Wat maakt een tuinplant onderhoudsarm?

Een onderhoudsarme tuinplant heeft vier eigenschappen. Hij is winterhard, zodat je hem niet elk najaar hoeft in te pakken of binnen te zetten. Hij heeft geen vaste snoei nodig om in vorm te blijven. Hij redt zich na het eerste jaar met regenwater. En hij bedekt de bodem, waardoor onkruid wordt verdrongen.

Winterhardheid zegt iets over hoeveel vorst een plant verdraagt. In Nederland wil je soorten die minstens 15 graden vorst aankunnen, zodat een strenge winter geen gaten in je border slaat.

Snoeien is bij veel vaste planten beperkt tot één knipbeurt per jaar. Je knipt de uitgebloeide stengels in het vroege voorjaar af, zodat het nieuwe blad ruimte krijgt. De oude stengels laten staan in de winter heeft een voordeel: insecten overwinteren erin en vogels eten van de zaden.

Planten met diepe wortels of dik, grijs of behaard blad verdampen minder vocht. Daardoor hoef je na het eerste jaar alleen in lange droge periodes bij te gieten. Een eerlijke kanttekening: onderhoudsarm is niet onderhoudsvrij. Reken op een paar uur per seizoen.

Welke vaste planten gaan jaren mee?

Vaste planten sterven bovengronds af in de winter en lopen in het voorjaar opnieuw uit vanuit de wortel. Je plant ze één keer en ze worden elk jaar voller. Deze zes soorten zijn sterk, bloeien lang of hebben mooi blad, en vragen weinig.

Plant Bloeitijd Hoogte Standplaats
Ooievaarsbek (Geranium 'Rozanne') juni tot oktober 40 tot 50 cm zon tot halfschaduw
Salie (Salvia nemorosa) juni tot september 40 tot 60 cm zon
Zonnehoed (Rudbeckia fulgida) augustus tot oktober 50 tot 70 cm zon
Hartlelie (Hosta) juli tot augustus 30 tot 60 cm halfschaduw tot schaduw
Hemelsleutel (Hylotelephium spectabile, voorheen Sedum) augustus tot oktober 40 tot 50 cm zon, droog
Kattenkruid (Nepeta x faassenii) mei tot september 30 tot 50 cm zon

Geranium 'Rozanne' is een van de langst bloeiende vaste planten en groeit breed uit, zodat hij zelf de grond tussen andere planten opvult. Salvia en Nepeta bloeien opnieuw als je ze na de eerste bloei terugknipt. Dat is een klusje van tien minuten met een heggenschaar.

Rudbeckia en de hemelsleutel zorgen voor kleur in het najaar, als de rest van de border stilvalt. Hosta is de enige in dit rijtje voor de schaduw. Het nadeel: slakken houden van het jonge blad. Kies daarom een soort met dik, blauwgrijs blad, want daar blijven slakken meestal liever vanaf.

Wil je meer soorten naast elkaar zien? Bekijk dan de vaste tuinplanten in onze collectie.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke bodembedekkers houden onkruid tegen?

Bodembedekkers zijn lage planten die zich via uitlopers of wortelstokken verspreiden en een dicht tapijt vormen. Ze zijn de meest effectieve manier om onkruid tegen te gaan zonder te schoffelen. Vier soorten die in Nederlandse tuinen goed werken:

  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor): groenblijvend, blauwe bloemen in het voorjaar, goed in schaduw onder struiken. Reken 9 planten per vierkante meter.
  • Waldsteinia (Waldsteinia ternata): glanzend blad en gele bloemetjes, verdraagt zon en halfschaduw. Reken 9 tot 11 planten per vierkante meter.
  • Schaduwkruid (Pachysandra terminalis): stevig groenblijvend blad voor diepe schaduw. Reken 11 tot 13 planten per vierkante meter, want hij groeit langzaam.
  • Dovenetel (Lamium maculatum): zilvergevlekt blad dat donkere hoeken oplicht, groeit snel. Reken 7 tot 9 planten per vierkante meter.

Het aantal per vierkante meter bepaalt hoe snel het tapijt sluit. Plant je ruimer, dan duurt het een of twee jaar langer en wied je in de tussentijd vaker. Meer soorten vind je bij onze bodembedekkers. Controleer de botanische naam gerust bij Kew Plants of the World Online, zodat je zeker weet welke soort je koopt.

Welke heesters en grassen geven structuur?

Vaste planten verdwijnen in de winter grotendeels onder de grond. Heesters en siergrassen zorgen ervoor dat je tuin ook in januari vorm heeft. Kies soorten die van nature compact blijven, dan hoef je ze niet ieder jaar in te korten.

Siergrassen zijn hierin het makkelijkst. Het lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides) en het Japans bosgras (Hakonechloa macra) blijven onder de 60 centimeter en bewegen mooi in de wind. Je knipt ze één keer per jaar, in maart, vlak boven de grond af. In de winter laat je het droge gras staan, want de pluimen zijn met rijp erop juist decoratief.

Voor groenblijvende structuur werken kardinaalsmuts (Euonymus fortunei) en Skimmia (Skimmia japonica) goed. Beide blijven compact en groeien langzaam. Een lage sneeuwbal zoals Viburnum tinus bloeit zelfs in de winter.

Zet heesters als ankerpunten op een paar plekken in de border en vul de ruimte ertussen met vaste planten. Zo heb je in elk seizoen iets te zien, zonder dat je extra werk hebt.

Hoe houd je rekening met zon, schaduw en grondsoort?

Een plant op de verkeerde plek blijft kwakkelen, hoe sterk hij ook is. Deel je tuin daarom eerst in zones in. Kijk op een zonnige dag om 10, 13 en 16 uur waar de zon valt.

  • Volle zon: meer dan 6 uur direct zonlicht. Hier passen Salvia, Nepeta, hemelsleutel en lampenpoetsersgras.
  • Halfschaduw: 3 tot 6 uur zon, vaak alleen ochtend of avond. Geranium, Waldsteinia en Japans bosgras doen het hier goed.
  • Schaduw: minder dan 3 uur zon. Kies Hosta, Pachysandra, Vinca en Lamium.

Grondsoort maakt minstens zoveel uit. Zware klei houdt veel water vast maar wordt in de zomer keihard. Geranium, Rudbeckia en Hosta kunnen daar goed mee omgaan. Droog zand laat water juist snel wegzakken. Daar voelen hemelsleutel, Nepeta en siergrassen zich thuis, omdat ze droogte gewend zijn.

Weet je niet wat je hebt? Knijp een handje vochtige grond samen. Blijft het een glanzende bal, dan heb je klei. Valt het uit elkaar, dan is het zand.

Hoe plant je aan en wat doe je het eerste jaar?

Een goede start bespaart je jaren werk. Werk de grond eerst los tot een spade diep en meng er compost door. Compost maakt klei luchtiger en helpt zand juist vocht vast te houden.

Plant op de afstand die bij de soort hoort, meestal 30 tot 40 centimeter voor vaste planten. Dat voelt in het begin leeg, maar na één seizoen sluit de beplanting. Leg daarna een mulchlaag van 5 centimeter houtsnippers of compost tussen de planten. Die houdt vocht vast en onderdrukt onkruidzaad dat nog in de grond zit.

Het eerste jaar is het enige jaar waarin je echt water moet geven. De wortels zitten dan nog in de oorspronkelijke kluit en kunnen de diepere grond niet bereiken. Geef in droge weken twee keer per week een flinke gieter per plant, liever grondig dan elke dag een beetje. Zo groeien de wortels naar beneden en redt de plant zich daarna zelf.

Wil je weten welke planten zich na die start het sterkst tonen? In ons artikel over sterke makkelijke tuinplanten lees je meer. Ook Milieu Centraal heeft een helder stappenplan als je eerst nog tegels moet vervangen door groen.

Veelgestelde vragen

Welke tuinplanten hebben het minste onderhoud nodig?

Vaste planten zoals Geranium 'Rozanne', Nepeta en hemelsleutel, bodembedekkers als Vinca minor en Pachysandra, en siergrassen zoals Hakonechloa vragen het minste werk. Ze zijn winterhard, komen elk jaar terug en hebben na het eerste jaar weinig extra water nodig. Je knipt ze één keer per jaar terug, meestal in het vroege voorjaar.

Welke planten houden onkruid tegen?

Bodembedekkers zoals kleine maagdenpalm, Waldsteinia, schaduwkruid en dovenetel vormen een dicht tapijt waar onkruid moeilijk doorheen komt. Ook breed groeiende vaste planten als Geranium helpen. Plant ze dicht genoeg, 7 tot 13 per vierkante meter, en leg het eerste jaar een mulchlaag tot de beplanting sluit.

Wanneer plant je vaste planten het beste?

Het najaar, van september tot november, is ideaal. De grond is dan nog warm en vochtig, zodat de wortels kunnen groeien voordat de zomer komt. Het voorjaar, maart tot mei, kan ook, maar dan moet je in de eerste zomer vaker water geven. In potten gekweekte planten kun je vrijwel het hele jaar planten, behalve bij vorst.

Welke planten doen het goed in de schaduw in de tuin?

Hosta, schaduwkruid, kleine maagdenpalm en dovenetel groeien goed met minder dan drie uur zon per dag. Ook Japans bosgras en varens verdragen schaduw. Zorg wel dat de grond onder bomen niet te droog wordt, want boomwortels nemen veel water op. Een laag compost in het voorjaar helpt daarbij.

Klaar om je tuin een stuk makkelijker te maken? Bij Pureplant kies je uit sterke tuinplanten die rechtstreeks vanuit de kas komen. Je profiteert van gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, in een verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt. Neem gerust een kijkje bij onze winterharde planten.

Komt een plant toch niet goed aan? Dan geldt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op