Vlindervriendelijke bloembollen zijn bollen die nectar geven op momenten dat vlinders vliegen. Daarbij is het goed om eerlijk te zijn: de meeste vlinders zijn pas later in het seizoen actief, als veel voorjaarsbollen al zijn uitgebloeid. Bollen zijn dus een aanvulling, geen complete vlindertuin. Ze helpen op twee momenten. In het vroege voorjaar geven krokussen en sterhyacinten nectar aan de eerste vlinders die uit hun winterrust komen. In mei en juni zijn het alliums en prairielelies die bloeien als er meer soorten rondvliegen. In deze collectie vind je bollen voor allebei die momenten.
Wanneer hebben vlinders iets aan bloembollen?
Een paar vlindersoorten overwinteren als volwassen vlinder en kunnen op de eerste warme dagen van het jaar al vliegen. Dan is er nog weinig in bloei. De Vlinderstichting beschrijft in het artikel "Tuinieren voor vlinders" dat vroegbloeiende bol- en knolgewassen in die periode een mooie toevoeging zijn aan het nectaraanbod. In dat artikel staan bijvoorbeeld een citroenvlinder op een krokus en een kleine vos op een sterhyacint.
Het grootste deel van het vlinderseizoen ligt echter in de zomer en nazomer. Dan zijn de voorjaarsbollen allang klaar. Wil je vlinders het hele jaar helpen, dan heb je daarnaast zomerbloeiers en vaste planten nodig. De bollen in deze collectie zorgen voor het begin van dat seizoen.
Welke vlindervriendelijke bloembollen zitten in deze collectie?
We verdelen het assortiment in twee groepen: vroege bloeiers voor de eerste vlinders en late voorjaarsbloeiers die de overgang naar de zomer maken.
Vroege bloeiers: februari tot april
- Krokus (Crocus), zoals 'Ruby Giant', de witte en blauwe krokussen en de krokussoortenmix. De bloemen gaan wijd open in de zon, zodat de nectar goed bereikbaar is.
- Blauwe sterhyacint (Scilla siberica), met kleine, knikkende, diepblauwe bloemen. Hij verspreidt zich langzaam en vormt na een paar jaar een blauw tapijt.
- Blauw druifje (Muscari), zoals Muscari armeniacum, het breedbladige Muscari latifolium en het witte 'White Magic'. Druifjes bloeien lang, vaak tot in mei.
- Hyacint (Hyacinthus orientalis), zoals de 'Blue Water' mix en de pastelmix. Hyacinten geuren sterk en hebben veel bloemen aan één stengel.
Late voorjaarsbloeiers: mei tot juli
- Sierui (Allium), met een ruime keuze: 'Globemaster', 'Purple Sensation', 'Gladiator', 'Mount Everest', 'Ping Pong', 'Purple Rain', Allium christophii (sterrenlook) en Allium caeruleum (blauwe sierui). Elke bloembol bestaat uit tientallen kleine bloempjes.
- Kogellook (Allium sphaerocephalon), met kleine, eivormige bolletjes in wijnrood. Deze bloeit het laatst, tot in juli, als er al veel meer vlinders vliegen.
- Siciliaanse honingknoflook (Allium siculum), met hangende klokjes in crème en roze.
- Prairielelie (Camassia leichtlinii), met hoge trossen stervormige bloemen in blauw en wit. Hij bloeit in mei en voelt zich ook thuis in vochtigere grond.
Alle bollen in deze collectie plant je in de herfst, ook de alliums en prairielelies die pas in de late lente bloeien. Het is nu eind september, dus je zit precies in de goede periode.
Wat is het verschil tussen nectarplanten en waardplanten?
Dit is misschien wel het belangrijkste om te weten als je vlinders wilt helpen. Een vlinder heeft in zijn leven twee soorten planten nodig. De volwassen vlinder drinkt nectar uit bloemen: dat zijn nectarplanten. De rups eet bladeren van heel specifieke planten: dat zijn waardplanten.
De Vlinderstichting schrijft dat rupsen vreselijk kieskeurig zijn en vaak maar enkele soorten planten eten. Waardplanten zijn volgens de stichting misschien wel belangrijker dan nectarplanten, want zonder rupsen geen vlinders. De kleine vos en de dagpauwoog hebben bijvoorbeeld brandnetels nodig voor hun rupsen, het oranjetipje kruisbloemigen zoals look-zonder-look en judaspenning.
De bollen in deze collectie kies je om hun nectar. Een vlindervriendelijke tuin heeft dus altijd meer nodig dan bollen. Een hoekje met brandnetels achter in de tuin of een stukje dat je wat ruiger laat, maakt voor rupsen meer verschil dan welke bol dan ook.
Hoe maak je van je bollen een vlindervriendelijke plek?
Vlinders zijn koudbloedig en hebben warmte nodig om te kunnen vliegen. Kies daarom een zonnige, beschutte plek. In het eerder genoemde artikel over vroege bloeiers adviseert de Vlinderstichting om deze planten op een zonnige standplaats te zetten. Een plek uit de wind, bijvoorbeeld tegen een heg of muur, warmt sneller op. Zo gaan de bloemen eerder open en kunnen vlinders er langer foerageren.
- Plant ruim. Een grote groep van één soort valt vanaf een afstand beter op dan een paar losse bollen.
- Combineer vroeg en laat. Zet krokussen en sterhyacinten vooraan en alliums erachter. Zo bloeit dezelfde plek van maart tot juli.
- Laat het blad afsterven. De bol heeft het blad nodig om energie op te slaan, zodat hij volgend jaar weer bloeit. Bij alliums is het blad vaak al geel als de bloem opengaat. Dat is normaal. Zet er lage vaste planten voor om het te verbergen.
- Vermijd bestrijdingsmiddelen. Rupsen en vlinders zijn gevoelig voor middelen tegen insecten, ook als die voor iets anders bedoeld zijn.
Zoek je planten die het vlinderseizoen na de bollen overnemen, dan vind je ideeën in het artikel over tuinplanten die vlinders aantrekken en in de collectie bijen- en vlinderlokkende planten.
Welke beperkingen hebben vlindervriendelijke bollen?
We willen je geen verkeerde verwachting geven. Een paar dingen om rekening mee te houden:
- In maart zie je weinig vlinders. Alleen op warme, zonnige dagen vliegen de eerste soorten. Op een koude dag blijft je krokussenveld stil, en dat is geen teken dat er iets mis is.
- Bijen zijn vaker te zien dan vlinders. De meeste voorjaarsbollen worden vooral door bijen en hommels bezocht. Wil je daar juist op inzetten, kijk dan bij de bijvriendelijke bloembollen.
- Hyacinten worden minder na een paar jaar. De eerste lente geven ze grote, volle trossen. Daarna worden de trossen vaak losser en kleiner. Voor vlinders maakt dat weinig uit, maar het uiterlijk verandert wel.
- Alliums hebben ruimte nodig. Grote soorten zoals 'Globemaster' en 'Gladiator' worden hoog. Plant ze tussen vaste planten, zodat ze steun hebben en het afstervende blad uit het zicht is.
Veelgestelde vragen over vlindervriendelijke bloembollen
Welke bloembollen trekken vlinders aan?
Bollen die nectar geven op een moment dat vlinders vliegen. In het vroege voorjaar zijn dat onder meer krokussen en sterhyacinten, in de late lente en vroege zomer alliums zoals Allium sphaerocephalon. Garanties kun je niet geven: of er vlinders komen, hangt ook af van je omgeving en het weer.
Wanneer plant je vlindervriendelijke bollen?
Alle bollen in deze collectie plant je in de herfst, tussen september en december, zolang de grond niet bevroren is. Hoe diep en hoe ver uit elkaar, lees je bij de bloembollen.
Zijn bloembollen genoeg voor een vlindertuin?
Nee. Bollen geven nectar in het voorjaar, maar vlinders hebben ook in de zomer en nazomer nectar nodig, en hun rupsen hebben waardplanten nodig. Zie bollen als het begin van het seizoen en vul ze aan met vaste planten en een ruiger hoekje.
Kun je vlindervriendelijke bollen in een pot zetten?
Krokussen, druifjes, sterhyacinten en hyacinten doen het goed in een pot op een zonnig balkon. Grote alliums hebben een diepe pot nodig, omdat ze diep geplant worden en hoge stengels maken.
Kies de bollen die bij jouw tuin passen en plant ze dit najaar, dan staat er in het voorjaar nectar klaar voor de eerste vlinders. Voor een bredere aanpak met aandacht voor meer soorten insecten kun je ook kijken bij de bloembollen voor biodiversiteit. Je bestelling wordt met gratis verzending binnen 1 tot 3 werkdagen bezorgd, rechtstreeks vanuit de kas en in een verpakking op maat, zodat je bollen goed beschermd aankomen. Omdat het om levende producten gaat, kun je ze niet retourneren. Is er bij aankomst iets beschadigd? Meld het dan binnen 48 uur via info@pureplant.nl met je bestelnummer en foto's, zodat Pureplant een passende oplossing voor je zoekt.