Alle soorten kamerplanten in één overzicht

Sta je in een plantenwinkel tussen honderden potten, dan lijkt het aanbod eindeloos. Toch valt vrijwel elke kamerplant in een van zeven herkenbare groepen: bladplanten, bloeiende kamerplanten, cactussen en vetplanten, hangplanten, klimplanten, palmen en varens. Een paar kenmerken, zoals dik blad, stekels, ranken of veervormig blad, vertellen je meteen in welke groep je kijkt.

Dat is handig, want de groep zegt veel over de verzorging. Herken je de groep, dan weet je al ongeveer hoeveel licht en water de plant wil, ook als je de naam op het etiket niet kent.

Hoe deel je kamerplanten in?

Je kunt kamerplanten indelen naar plantenfamilie, maar daar heb je thuis weinig aan. Binnen de wolfsmelkfamilie vind je bijvoorbeeld zowel de kerstster als cactusachtige Euphorbia's, met totaal verschillende wensen. Een indeling op verzorging werkt beter: planten die er ongeveer hetzelfde uitzien en groeien, vragen meestal ook dezelfde zorg.

Zo herken je de zeven groepen in de winkel:

  1. Bladplanten: opvallend blad, rechtopgaande groei, geen bloemen als hoofdzaak.
  2. Bloeiende kamerplanten: gekocht om de bloem of gekleurde schutbladeren.
  3. Cactussen en vetplanten: dik, vlezig blad of een stam met stekels.
  4. Hangplanten: stengels die over de potrand vallen.
  5. Klimplanten: ranken of luchtwortels, vaak verkocht aan een stok of rek.
  6. Palmen: waaier- of veervormig blad aan lange stelen.
  7. Varens: fijn verdeeld blad, vaak met sporen op de onderkant.

Sommige planten passen in twee groepen, zoals een Hoya die zowel hangt als bloeit. Kies dan de groep die de strengste eisen stelt. Dat is bij bloeiers meestal het licht.

Wat zijn bladplanten en groene klassiekers?

Bladplanten vormen de grootste groep en bevatten de meeste bekende klassiekers. Ze komen overwegend uit de ondergroei van tropische bossen, waar zonlicht gefilterd door het bladerdak valt. Thuis staan ze daarom het liefst op een lichte plek, een tot drie meter van het raam.

Een paar voorbeelden met hun typische hoogte binnen:

  • Pannenkoekplant (Pilea peperomioides): compact, 20 tot 40 centimeter. Ronde blaadjes op lange steeltjes.
  • Aglaonema (Aglaonema commutatum): 40 tot 80 centimeter, verdraagt als een van de weinigen echt minder licht.
  • Dieffenbachia (Dieffenbachia seguine): 60 tot 150 centimeter, groot gevlekt blad.
  • Treurvijg (Ficus benjamina): tot 2 meter of meer, laat blad vallen als hij van plek verandert.

Het gemeenschappelijke kenmerk is een gelijkmatige waterbehoefte: niet uitdrogen, maar ook geen natte voeten. Bonte vormen willen iets meer licht dan hun volledig groene familieleden, omdat de lichte delen van het blad minder bladgroen hebben. Zo verklaar je ook waarom een bonte plant in de schaduw vaak weer groener wordt.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke kamerplanten bloeien echt door?

Een bloeiende plant vraagt meer dan een bladplant. Bloemen maken kost de plant energie, dus hij heeft meer licht en regelmatige voeding nodig. In een donkere kamer blijft een bloeier vaak groen zonder één nieuwe knop.

Soorten die binnen echt doorbloeien, zijn onder meer het Kaaps viooltje (Streptocarpus-hybriden), het Afrikaans viooltje (Saintpaulia ionantha) en de lepelplant (Spathiphyllum wallisii). Het Afrikaans viooltje kan op een lichte vensterbank vrijwel het hele jaar bloemen geven, zolang je de grond niet te nat houdt en geen water op het behaarde blad giet.

De Clivia (Clivia miniata) bloeit één keer per jaar, in het voorjaar, maar alleen na een koele, droge rust in de winter. Laat je die rust weg, dan krijg je wel blad maar geen bloemen.

Geef bloeiers in het groeiseizoen eens per twee weken voeding voor bloeiende planten, met relatief veel kalium, zodat de plant genoeg bouwstoffen voor knoppen heeft.

Hoe werken cactussen en vetplanten?

Cactussen en vetplanten hebben een waterbuffer in hun weefsel. Na een regenbui in hun natuurlijke omgeving zuigen ze zich vol, daarna teren ze wekenlang op die voorraad. Die aanpassing bepaalt hoe je ze binnen verzorgt: flink water geven, dan de grond volledig laten opdrogen.

Nog belangrijker is de winterrust. Van november tot februari groeien de meeste soorten nauwelijks. Houd ze dan koeler, bij 10 tot 15 graden, en geef bijna geen water. Juist die rustperiode zet bij veel cactussen, zoals de Mammillaria (Mammillaria), de bloei in gang. Een cactus die de hele winter warm en nat staat, bloeit zelden.

Een uitzondering is de kerstcactus (Schlumbergera truncata). Die komt uit het regenwoud, wil minder zon en iets meer water, en bloeit juist in de winter na een periode van korte dagen in de herfst.

De RHS-gids voor cactussen en vetplanten geeft nog meer uitleg over dit ritme.

Waar zet je hangplanten, klimmers en palmen?

Deze drie groepen worden vooral bepaald door hun vorm, en die vorm bepaalt waar in huis ze het best tot hun recht komen.

Hangplanten zoals de zebraplant (Tradescantia zebrina) en de Epipremnum horen hoog: aan een plafondhaak, op een boekenkast of een wandplank. Hoog in de kamer is het warmer en droger, dus controleer de grond wat vaker dan bij planten op de vloer.

Klimplanten zoals de Syngonium (Syngonium podophyllum) of klimop (Hedera helix) hebben steun nodig. Een mosstok of rek in de pot geeft ze houvast. Klimmende soorten maken vaak groter blad als ze omhoog mogen, omdat ze in de natuur naar het licht toe klimmen.

Palmen staan meestal op de vloer en vullen een hoek. De goudpalm (Dypsis lutescens) wil veel licht en een wat hogere luchtvochtigheid, anders krijgt hij bruine bladpunten. De Kentia (Howea forsteriana) verdraagt meer schaduw en groeit langzaam.

Wil je weten welke grote vloerplanten er nog meer zijn, lees dan ook grote planten voor binnen.

Overzichtstabel van alle soorten kamerplanten

In deze tabel zie je alle zeven groepen naast elkaar, met twee of drie voorbeeldsoorten. Het onderhoudsniveau is een indicatie: laag betekent dat de groep een foutje in water of licht goed verdraagt.

Groep Voorbeeldsoorten Licht Water Onderhoud
Bladplanten Pilea, Aglaonema, Ficus Licht, geen felle zon Gelijkmatig vochtig Laag tot gemiddeld
Bloeiende planten Afrikaans viooltje, Clivia, lepelplant Veel licht Gelijkmatig, niet op blad Gemiddeld
Cactussen en vetplanten Mammillaria, Echeveria, Aloë Zon Weinig, winter bijna droog Laag
Hangplanten Zebraplant, Epipremnum, Ceropegia Licht tot halfschaduw Gemiddeld Laag
Klimplanten Syngonium, klimop, Monstera Licht Gemiddeld Gemiddeld
Palmen Kentia, goudpalm, dwergpalm Halfschaduw tot licht Gelijkmatig vochtig Laag tot gemiddeld
Varens Zwaardvaren, vogelnestvaren, venushaar Halfschaduw Vochtig, hoge luchtvochtigheid Gemiddeld tot hoog

Varens scoren het hoogst op onderhoud, omdat droge kamerlucht in de winter snel bruine blaadjes geeft. Zet de zwaardvaren (Nephrolepis exaltata) daarom liefst in een badkamer met raam. Cactussen scoren het laagst, maar alleen als je ze genoeg zon geeft.

Welke groep past bij jou?

Bekijk je eigen situatie en kies de groep die daarbij past:

  • Zonnige kamer, weinig tijd: cactussen en vetplanten. Ze kunnen weken zonder water.
  • Donkere woning of noordraam: bladplanten die schaduw verdragen, zoals Aglaonema of Kentia.
  • Kleine ruimte: hangplanten of klimplanten, die omhoog of omlaag groeien in plaats van breed.
  • Veel tijd en aandacht: bloeiers en varens, die zichtbaar reageren op goede zorg.
  • Grote, lichte ruimte: palmen en grote klimmers, die de hoogte kunnen benutten.

Een mix van twee of drie groepen maakt een interieur levendig. Houd dan wel planten met dezelfde waterbehoefte bij elkaar, zodat je ze in één ronde water kunt geven.

Veelgestelde vragen

Hoeveel soorten kamerplanten bestaan er?

Er bestaat geen officiële lijst, omdat veel tropische planten binnen kunnen groeien. In de handel zijn enkele honderden soorten verkrijgbaar, met daarbinnen duizenden cultivars. Vrijwel allemaal passen ze in een van de zeven groepen, wat het kiezen een stuk makkelijker maakt.

Wat is het verschil tussen een kamerplant en een tuinplant?

Een kamerplant is een soort die in het Nederlandse klimaat niet buiten overleeft en daarom binnen staat. De meeste komen uit tropische of subtropische gebieden en verdragen geen vorst. Een tuinplant is gewend aan wisselende temperaturen en een winter. Sommige kamerplanten mogen in de zomer wel buiten staan, maar gaan in de herfst weer naar binnen.

Welke soort kamerplant groeit het snelst?

Hangplanten en klimmers groeien meestal het snelst. De Epipremnum, zebraplant en Syngonium kunnen in het groeiseizoen tientallen centimeters per maand maken bij goed licht en regelmatige voeding. Cactussen en de Kentia palm groeien juist langzaam, wat ze geschikt maakt als je een plant zoekt die jaren hetzelfde formaat houdt.

Hoe kom je erachter welke kamerplant je hebt?

Kijk eerst op het etiket of de pot, daar staat vaak de botanische naam. Ontbreekt die, gebruik dan een plantenherkenningsapp als eerste hulp. Controleer de naam daarna in een betrouwbare database zoals Plants of the World Online van Kew. Met de juiste naam vind je gerichter verzorgingsadvies.

Heb je jouw groep gevonden? Kijk dan eens rond in de collectie kamerplanten. Je krijgt gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas, en een verpakking op maat zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.

Voor levende planten geldt ons retour- en garantiebeleid.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op