Gids voor kamerplanten: kiezen, verzorgen en problemen oplossen
Deze gids voor kamerplanten draait om drie stappen. Eerst kijk je hoeveel licht je hebt, want dat bepaalt welke plant bij je past. Daarna leer je water geven op het juiste moment.
De meeste problemen beginnen namelijk bij te veel water, niet bij te weinig. Heb je licht en water onder controle, dan volgen grond, voeding en de eerste problemen vanzelf.
Hoeveel licht heb je in huis?
Licht is de brandstof van een plant. Zonder genoeg licht kan hij geen energie maken, hoe goed je verder ook zorgt. Kijk daarom eerst naar de ramen in de kamer waar de plant komt te staan. Een kompas-app op je telefoon helpt om de richting te bepalen.
- Noordraam. Nooit directe zon, wel gelijkmatig zacht licht. Geschikt voor schaduwplanten zoals de Zamioculcas en varens.
- Oostraam. Milde ochtendzon en daarna helder licht. Voor veel kamerplanten de fijnste plek.
- Zuidraam. Veel en fel licht, in de zomer met hete middagzon. Goed voor cactussen en vetplanten, te fel voor dunbladige planten zonder vitrage.
- Westraam. Helder licht en warme middag- en avondzon. Geschikt voor zonnige soorten en planten die wat zon verdragen.
Onthoud ook dat licht snel afneemt. Twee meter van het raam krijgt een plant vaak minder dan de helft van het licht bij de vensterbank. De University of Minnesota Extension legt uit hoe je lichtsterkte in huis inschat.
Welke plant past bij jou?
Begin met een soort die fouten vergeeft. De tien planten hieronder zijn geschikt voor beginners en verdeeld over verschillende lichtplekken. Kies er een uit die bij je raam en je ritme past.
| Plant | Licht | Water | Formaat |
|---|---|---|---|
| Zamioculcas (Zamioculcas zamiifolia) | schaduw tot licht | weinig | middel |
| Sansevieria (Dracaena trifasciata) | schaduw tot zon | weinig | klein tot middel |
| Graslelie (Chlorophytum comosum) | licht | gemiddeld | klein |
| Epipremnum (Epipremnum aureum) | halfschaduw tot licht | gemiddeld | hangend |
| Monstera (Monstera deliciosa) | licht, geen felle zon | gemiddeld | groot |
| Rubberplant (Ficus elastica) | licht | gemiddeld | middel tot groot |
| Lepelplant (Spathiphyllum wallisii) | halfschaduw | veel | middel |
| Peperomia (Peperomia obtusifolia) | licht | weinig | klein |
| Olifantspoot (Beaucarnea recurvata) | zon | weinig | middel |
| Aloe vera (Aloe vera) | zon | weinig | klein |
Ben je vaak weg of vergeet je water? Kies dan een soort met weinig waterbehoefte. Houd je juist van verzorgen, dan past een lepelplant goed, want die laat duidelijk zien wanneer hij dorst heeft. Voor kleine ruimtes vind je meer ideeën bij kleine kamerplanten.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Hoe geef je water zonder te gokken?
Water geven volgens een vaste dag gaat vaak mis, omdat een plant niet elke week evenveel gebruikt. Kijk daarom naar de grond in plaats van de kalender.
Gebruik de vingertest. Steek je vinger twee tot drie centimeter in de grond. Is het daar droog, dan geef je water tot het onderin uit de pot loopt. Is het nog vochtig, wacht dan een paar dagen. Voor vetplanten en cactussen mag de grond helemaal droog worden.
In de zomer groeit een plant en verdampt hij veel, dus geef je vaker water. In de winter is er minder licht en groeit hij trager. Dan heeft hij soms maar de helft nodig.
Zorg altijd voor een binnenpot met een gat in de bodem. Overtollig water loopt dan weg, zodat de wortels niet in water staan en niet gaan rotten. Zet die binnenpot in een sierpot en giet het water dat erin blijft staan na een kwartier weg.
Welke grond en pot kies je, en wanneer verpot je?
Koop potgrond voor kamerplanten. Die is luchtiger dan tuinaarde, zodat wortels zuurstof krijgen. Voor cactussen en vetplanten gebruik je speciale cactusgrond, die sneller water doorlaat. Monstera en andere aronskelken groeien graag in grond met wat extra schors of perliet.
Verpot als de wortels uit het afvoergat groeien of als water direct door de pot loopt. Voor de meeste planten is dat eens per één tot drie jaar, bij voorkeur in het voorjaar. Dan groeit de plant en herstelt hij snel.
- Geef de dag ervoor water, zodat de kluit makkelijker uit de pot glijdt.
- Haal de plant uit de pot en maak de buitenste wortels voorzichtig los met je vingers.
- Zet hem in een pot die twee tot vier centimeter breder is, op dezelfde diepte als eerst.
- Vul aan met grond, druk licht aan en geef water.
Een te grote pot lijkt handig, maar houdt veel water vast dat de wortels niet opnemen. Daardoor blijft de grond te lang nat.
Wanneer en hoeveel voeding geef je?
Potgrond bevat voeding voor een paar maanden. Daarna heeft een plant extra voeding nodig om nieuw blad te maken. Geef dat alleen in het groeiseizoen, van ongeveer april tot september.
Houd je aan de dosering op de verpakking, of neem de helft als je twijfelt. Meestal is dat één keer per twee tot vier weken bij het water. In de herfst en winter stop je, omdat de plant dan nauwelijks groeit.
Te veel mest herken je aan bruine bladranden en een witte korst op de grond. Het zout uit de voeding hoopt zich dan op en beschadigt de wortels. Spoel de pot een paar keer goed door met water en sla daarna een maand voeding over.
Wat zijn de vijf meest voorkomende problemen?
- Gele blaadjes. Meestal te veel water, vooral als de onderste bladeren geel en zacht worden. Laat de grond verder opdrogen en check of de pot een afvoergat heeft.
- Bruine punten. Vaak droge lucht door de verwarming, soms kalk of te veel voeding. Zet de plant niet naast een radiator en gebruik af en toe regenwater.
- Slappe bladeren. Kan dorst zijn, maar ook rotte wortels door te veel water. Voel aan de grond voor je iets doet: droog is water geven, nat is wortels controleren.
- Stilstand in groei. In de winter is dat normaal. In de zomer wijst het op te weinig licht of een uitgeputte grond. Zet de plant lichter of verpot.
- Beestjes. Trips, spint en wolluis zitten vooral onder de bladeren. Spoel de plant af, zet hem apart en herhaal na een week.
Voor foto's van plagen kun je terecht bij de University of California. Meer praktische tips staan in onze tips voor de verzorging van kamerplanten.
Veelgestelde vragen
Zijn kamerplanten goed voor de luchtkwaliteit?
Minder dan vaak wordt gedacht. Het bekende NASA-onderzoek werd gedaan in kleine, afgesloten kamers. In een gewoon huis ververst ventilatie de lucht veel sneller, zoals Cummings en Waring lieten zien. Kamerplanten maken een ruimte wel prettiger en groener, dus ze hebben zeker waarde.
Hoeveel planten passen er in één kamer?
Er is geen maximum, zolang elke plant genoeg licht krijgt. Begin met twee of drie planten, zodat je leert wat ze nodig hebben. Groepeer planten met dezelfde behoefte, dan kun je ze in één ronde verzorgen en houden ze samen iets meer vocht vast.
Kun je kamerplanten met kraanwater begieten?
Ja, voor de meeste planten is kraanwater prima. Laat het een nacht op kamertemperatuur staan, zodat het niet te koud is voor de wortels. Heb je hard water, dan kan kalk zich ophopen. Gebruik voor gevoelige soorten zoals varens en Calathea af en toe regenwater.
Gaan kamerplanten in de winter in rust?
De meeste groeien in de winter veel trager, omdat er minder licht is. Dat is geen echte winterslaap, maar wel een rustperiode. Geef dan minder water en geen voeding. Cactussen hebben juist baat bij een koele, droge winter, omdat ze daardoor in het voorjaar beter bloeien.
Klaar voor je eerste plant? In de collectie planten voor beginners vind je soorten die een foutje vergeven. Je krijgt gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas en in een verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.
Voor levende planten geldt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.
Lees ook
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.