Glazen fles met planten: zo maak je een flessentuin
Planten in een fles met een smalle hals zetten lijkt onmogelijk, maar met lange hulpstukken lukt het prima. Je werkt met een trechter, een lange pincet en een kurk op een stok, en je brengt alles laag voor laag door de hals naar binnen.
Is de fles eenmaal beplant en gesloten, dan onderhoudt hij zich grotendeels zelf. Het water blijft rondgaan binnen het glas, zodat een goed aangelegde flessentuin jarenlang mee kan met heel weinig zorg. Hieronder lees je welk gereedschap je nodig hebt en in welke volgorde je werkt.
Waarom blijft een gesloten fles vanzelf draaien?
In een gesloten fles ontstaat een kleine waterkringloop. De planten nemen water op via hun wortels en geven het als waterdamp af via hun bladeren. Die damp slaat neer tegen het koelere glas, druppelt langs de wand naar beneden en zakt terug in de grond. Daar nemen de wortels het opnieuw op.
Tegelijk gebruiken de planten licht om te groeien. Daarbij nemen ze koolzuurgas op en geven ze zuurstof af. 's Nachts werkt het andersom. Afgevallen blad wordt door bacteriën en schimmels in de grond afgebroken, waardoor er weer voedingsstoffen vrijkomen.
Zolang er genoeg licht is en het evenwicht tussen water en planten klopt, hoef je bijna niets te doen. Volgens de RHS over flessentuinen en terraria passen vooral trage, vochtminnende planten in zo'n gesloten omgeving. Een bekend voorbeeld is een Engelse flessentuin die in 1960 werd aangelegd en sinds 1972 geen water meer kreeg, maar nog steeds groen is.
Welk gereedschap heb je nodig?
Het meeste gereedschap heb je al in huis of maak je zelf. Alles moet in elk geval langer zijn dan de fles hoog is.
- Trechter: een gewone keukentrechter of een opgerold vel papier met een slang eraan. Zo komen kiezels en grond onderin terecht en niet tegen het glas.
- Lange pincet: een aquariumpincet van dertig centimeter of langer. Hiermee pak je planten vast en zet je ze neer.
- Kurk op een stok: een kurk op het uiteinde van een houten stok of bamboestok. Hiermee druk je de grond rond de planten aan.
- Eetstokjes: handig om een plantgat te maken, een plant bij te sturen of mos op zijn plek te schuiven.
- Spuitfles: om water heel gedoseerd te geven en het glas van binnen schoon te spoelen.
- Keukenpapier aan een ijzerdraad: om later condens en vuil van de binnenkant van het glas te vegen.
Hoe breng je de bodemlagen in zonder morsen?
Werk van grof naar fijn en gebruik de trechter bij elke laag. Houd de onderkant van de trechter zo dicht mogelijk bij de bodem, zodat niets tegen het glas stuift.
- Kiezels of hydrokorrels, twee tot drie centimeter. Deze drainagelaag vangt overtollig water op, zodat de wortels niet in het water komen te staan.
- Actieve kool, een halve centimeter. Houdt het water in de drainage fris en voorkomt nare geurtjes in een fles die dicht zit.
- Scheidingslaag. Een laagje gedroogd mos, geschoven met de eetstokjes. Zo zakt de grond niet tussen de kiezels.
- Substraat, vier tot zes centimeter. Een lichte, luchtige potgrond, eventueel met kokosvezel. Giet hem langzaam door de trechter en strijk hem met de kurk vlak.
Schud de fles tussendoor niet, want dan mengen de lagen. Veeg stof op het glas meteen weg met keukenpapier aan een draad, voordat het met vocht aankoekt.
Hoe krijg je planten door de hals?
Dit is het precisiewerk. Begin met de grootste plant en eindig met mos.
Maak de kluit smal. Haal de plant uit de kweekpot en schud zoveel mogelijk grond los. Rol de kluit tussen je vingers tot een smalle cilinder. Is hij dan nog te breed, knip dan een deel van de wortels weg. Een plant kan dat hebben, zolang er genoeg over blijft.
Rol het blad op. Vouw de bladeren voorzichtig omhoog rond de stengel, alsof je een paraplu dichtdoet. Zo past de plant door de hals zonder dat er blad afbreekt.
Maak een plantgat. Prik met een eetstokje een gat in de grond op de plek waar de plant moet komen.
Laat de plant zakken. Pak hem met de pincet vlak boven de wortels en laat hem wortels eerst door de hals zakken. Zet de wortels in het gat.
Druk aan. Gebruik de kurk op de stok om de grond rondom stevig aan te drukken. Een plant die los staat, valt om zodra je water geeft. Werk daarna de volgende plant in, en sluit af met stukjes mos tussen de planten.
Meer voorbeelden en variaties vind je in ons artikel over planten in een glazen fles.
Welke soorten passen in een fles?
| Soort | Hoogte | Groeisnelheid | Gesloten fles |
|---|---|---|---|
| Fittonia (Fittonia albivenis) | 5 tot 15 cm | Gemiddeld | Zeer geschikt |
| Spikemos (Selaginella kraussiana) | 3 tot 8 cm | Gemiddeld | Zeer geschikt |
| Lintvaren (Pteris cretica) | 15 tot 30 cm | Traag | Geschikt in grote flessen |
| Peperomia (Peperomia caperata) | 10 tot 20 cm | Traag | Geschikt |
| Vlekjesplant (Hypoestes phyllostachya) | 10 tot 20 cm, met toppen | Snel | Geschikt, vraagt knippen |
| Vogelnestvaren (Asplenium nidus), jong | 10 tot 20 cm | Traag | Geschikt in grote flessen |
| Kussenmos (Leucobryum glaucum) | 2 tot 5 cm | Zeer traag | Zeer geschikt |
Kies bij voorkeur jonge, kleine exemplaren. Die gaan makkelijker door de hals en hebben meer tijd voordat ze de fles vullen. De botanische namen kun je controleren in Kew Plants of the World Online.
Hoe sluit je de fles en volg je de eerste weken?
Water geven. Geef na het planten water met de spuitfles, langs de binnenkant van het glas. Dat spoelt ook meteen aarde van de wanden. Stop zodra de grond vochtig is, maar er nog geen water in de kiezellaag staat. Bij een fles van vijf liter is dat vaak niet meer dan een kopje.
Kurk erop. Laat de fles de eerste dag of twee open staan, zodat overtollig vocht kan verdampen. Doe daarna de kurk erop.
Condens lezen. Kijk de eerste weken dagelijks even naar het glas. Een lichte waas in de ochtend die in de loop van de dag verdwijnt, betekent dat het klopt. Is het glas de hele dag beslagen, haal dan een dag de kurk eraf. Zie je nooit condens, geef dan een paar pufjes water.
Na een maand of twee is het evenwicht meestal gevonden. Zet de fles op een lichte plek zonder directe zon, want in de zon warmt het glas snel op.
Veelgestelde vragen
Hoe krijg je planten door een smalle flessenhals?
Schud eerst zoveel mogelijk grond van de wortels en rol de kluit smal. Vouw daarna de bladeren omhoog rond de stengel. Pak de plant met een lange pincet vlak boven de wortels en laat hem door de hals zakken. Zet hem in een voorgeprikt gat en druk de grond aan met een kurk op een stok.
Moet een flessentuin helemaal dicht?
Het hoeft niet, maar een gesloten fles onderhoudt zichzelf het best, omdat het water binnen blijft rondgaan. Een open fles droogt uit, dus daar geef je regelmatig water. Sluit de fles pas een paar dagen na het planten, zodat eerst het overtollige vocht kan verdampen.
Hoe lang gaat een flessentuin mee?
Een goed aangelegde flessentuin kan jarenlang meegaan, soms tientallen jaren. Voorwaarde is dat je trage soorten kiest, de fles op een lichte plek zonder volle zon staat en je af en toe te grote planten bijknipt.
Hoeveel water gaat er in een flessentuin?
Weinig. Geef zoveel dat de grond vochtig is, maar er geen water in de kiezellaag blijft staan. Bij een fles van vijf liter is dat vaak niet meer dan een kopje. Te veel water is de meest voorkomende oorzaak van schimmel en rot.
Wil je liever direct genieten van groen in glas? In onze collectie planten in glazen pot vind je kant-en-klare exemplaren. Pureplant verstuurt met gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas. Door de verpakking op maat komt je plant veilig en onbeschadigd aan, ook glas en al.
Levende planten vallen onder ons retour- en garantiebeleid, zodat je met vertrouwen bestelt.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.