Palm als kamerplant: welke soorten het binnen goed doen

Een palm als kamerplant geeft een woonkamer meteen een zuidelijke sfeer, maar lang niet elke palm houdt het binnen vol. Van de honderden palmsoorten wereldwijd is er maar een handvol dat goed gedijt met het licht en de lucht in een Nederlands huis. De Kentia is daarvan de soort die het minst van je vraagt.

De grootste valkuil is niet te weinig licht, maar droge lucht. Zodra de verwarming aangaat, krijgen veel palmen bruine bladpunten. Wie daar rekening mee houdt, kan jarenlang van een palm genieten.

Wat maakt een palm een goede kamerplant?

Het verschil zit in waar een palm van nature groeit. Soorten als de Kentia en de Chamaedorea komen uit de ondergroei van tropische en subtropische bossen. Daar staan ze in de schaduw van hogere bomen en krijgen ze gefilterd licht. Hun blad is gewend om met minder licht toch te groeien, en dat is precies wat een woonkamer biedt.

Woestijnpalmen en palmen van open vlaktes, zoals de dadelpalm, zijn gewend aan volle zon de hele dag. Binnen krijgen ze daarvan maar een fractie, waardoor ze langzaam verzwakken en slap blad maken.

Palmen reageren ook anders dan gewone bladplanten. Een palm groeit vanuit één groeipunt in het hart van de plant. Knip je dat weg of raakt het beschadigd, dan maakt die stam geen nieuw blad meer. Je kunt een palm dus niet terugsnoeien zoals een Ficus. Daarnaast groeien de meeste kamerpalmen langzaam, vaak maar een paar nieuwe bladeren per jaar.

Welke zes palmen gedijen binnen?

Deze zes soorten doen het in huis het beste. De tabel laat zien wat ze aan licht nodig hebben, hoe groot ze worden en hoeveel aandacht ze vragen.

Palm Lichtbehoefte Eindhoogte binnen Verzorging
Kentia (Howea forsteriana) Halfschaduw tot licht 2 tot 3 m Makkelijk
Areca (Dypsis lutescens) Licht, geen felle zon 1,5 tot 2,5 m Gemiddeld
Chamaedorea (Chamaedorea elegans) Halfschaduw 0,6 tot 1,2 m Makkelijk
Bamboepalm (Rhapis excelsa) Halfschaduw tot licht 1 tot 2 m Makkelijk
Livistona (Livistona rotundifolia) Licht, iets zon 1 tot 2 m Gemiddeld
Krulpalm (Howea belmoreana) Halfschaduw tot licht 1,5 tot 2,5 m Makkelijk tot gemiddeld

De Kentia staat bovenaan omdat hij de meeste speling geeft. Hij verdraagt een plek verder van het raam, kan tegen een wat koelere kamer en groeit zo langzaam dat hij jaren op dezelfde plek past. Zijn familielid de Howea belmoreana lijkt erop, maar heeft stijver, sterker gebogen blad.

De Areca groeit sneller en is voller, maar is gevoeliger voor droge lucht en kalk in het gietwater. De Chamaedorea is ideaal als je weinig ruimte hebt. De bamboepalm valt op met zijn waaiervormige bladeren op dunne stammetjes en is sterk. De Livistona heeft grote ronde waaiers en wil van deze zes het meeste licht. Meer over de populairste soort lees je in onze blog over de Kentia palm als kamerplant.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welk licht, welke temperatuur en hoeveel luchtvochtigheid?

De ideale plek is een meter of twee van een raam op het oosten of westen, of iets verder van een zuidraam met een vitrage ertussen. Gefilterd licht lijkt op de bosrand waar veel van deze palmen vandaan komen. Directe middagzon achter glas verbrandt het blad en geeft lichtbruine, droge vlekken.

Onder de 12 graden stopt de groei en raakt een palm gestrest. Houd de kamer daarom bij voorkeur tussen de 16 en 24 graden. Een koude tochtstroom bij een deur die vaak opengaat, geeft vaak gele bladeren.

De meeste palmen voelen zich het best bij een luchtvochtigheid van 50 procent of meer. In een verwarmd huis zakt dat in de winter vaak naar 30 procent. Het gevolg zie je aan de bladpunten, die bruin en droog worden. Zet een palm daarom niet direct boven of naast een radiator. De University of Florida adviseert om planten te groeperen, zodat ze samen een iets vochtiger microklimaat vormen.

Hoe geef je water en voeding door het jaar heen?

Een palm wil een gelijkmatig vochtige kluit, niet kletsnat en niet kurkdroog. Geef water als de bovenste 2 tot 3 centimeter droog aanvoelt en giet dan zo lang dat er water uit de onderkant van de pot komt. Gooi na een kwartier het water uit de schotel weg, zodat de wortels niet in een laagje water blijven staan.

In het voorjaar en de zomer betekent dat meestal eens per week. In de winter groeit een palm nauwelijks en verdampt hij minder, dus schuif je op naar eens per 10 tot 14 dagen. Wie dan hetzelfde blijft gieten, houdt de grond te lang nat en riskeert wortelrot.

Voeding geef je van april tot en met september, ongeveer eens per twee tot drie weken. Gebruik een voeding voor groene planten of speciale palmvoeding, op halve sterkte. Palmen zijn gevoelig voor een ophoping van zouten in de grond, en een lage dosis voorkomt dat de wortels verbranden.

Wat als de bladeren slap of geel worden?

Slappe of vergelende bladeren hebben bijna altijd een van deze drie oorzaken:

  • Te veel water: de grond ruikt muf en blijft dagenlang nat. Laat hem flink opdrogen en giet daarna minder vaak.
  • Kou: gele bladeren na een koude nacht of bij tocht. Verplaats de palm naar een plek boven de 15 graden, uit de luchtstroom.
  • Lichttekort: nieuw blad blijft klein en bleek, oud blad vergeelt. Schuif de plant dichter naar het raam, maar buiten bereik van de volle middagzon.

Één geel blad onderaan is normaal. Palmen laten hun oudste blad af als er een nieuw bijkomt.

Waar let je op bij aankoop en in de eerste weken?

Met een goede start voorkom je veel problemen later. Let op deze punten:

  • Bij aankoop: kies een palm met stevig, donkergroen blad en een gesloten, gezond hart. Een paar bruine puntjes zijn niet erg, maar vermijd planten met slappe of geknakte stengels.
  • Acclimatiseren: geef de palm de eerste twee weken een rustige plek zonder felle zon. Hij moet wennen aan minder licht en drogere lucht dan in de kas.
  • Niet te snel verpotten: palmen staan graag wat krap. Verpot pas als de wortels uit de bodemgaten groeien, meestal na 2 tot 3 jaar, en bij voorkeur in het voorjaar.
  • Gietwater: gebruik bij voorkeur regenwater of kraanwater dat een nacht heeft gestaan, omdat kalk bruine punten kan versterken.

Veelgestelde vragen

Hoe oud kan een palm als kamerplant worden?

Met goede verzorging kan een palm binnen tientallen jaren oud worden. Vooral de Kentia staat bekend als een plant die generaties meegaat, omdat hij langzaam groeit en weinig vraagt. Een Chamaedorea of Areca leeft binnen vaak korter, maar met regelmatig verpotten en een stabiele plek haal je ook met die soorten vele jaren.

Zijn palmen veilig voor katten?

Soorten als de Areca, de Kentia en de Chamaedorea staan op de ASPCA-plantenlijst voor katten als niet-giftig vermeld. Let op met de sagopalm (Cycas revoluta): die heet palm, maar is geen echte palm en is wel giftig. Twijfel je of heeft je kat van een plant gegeten, neem dan contact op met je dierenarts.

Mag mijn palm in de zomer op het balkon?

Ja, als de nachttemperatuur boven de 12 tot 15 graden blijft. Kies een beschutte plek in de schaduw of halfschaduw, want buiten is het licht veel feller dan binnen. Laat de palm een week wennen door hem eerst een paar uur per dag buiten te zetten. Haal hem in september weer binnen.

Krijgt een palm binnen ooit vruchten?

Zelden. De Chamaedorea bloeit binnen soms met kleine gele pluimen, maar mannelijke en vrouwelijke bloemen zitten op aparte planten, dus vruchten blijven meestal uit. Een Kentia moet vele jaren oud zijn voordat hij bloeit. Een palm koop je voor het blad, niet voor de vruchten.

Een palm uitzoeken doe je bij Pureplant met gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen. Je palm komt rechtstreeks vanuit de kas en gaat in een verpakking op maat de deur uit, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt. Bekijk de soorten en formaten in onze collectie palmen voor binnen.

Voor levende planten gelden eigen retour- en garantievoorwaarden. Is er bij aankomst iets mis met je palm, neem dan contact met ons op, dan zoeken we samen een oplossing.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op