Kamerplant stekken: zo vermeerder je je plant stap voor stap

Een kamerplant stekken komt neer op één goede snee: vlak onder een knoop, het punt waar een blad aan de stengel zit. Daar zitten de cellen die nieuwe wortels maken. Doe het bij voorkeur in het voorjaar, als de plant volop groeit en een stek het snelst wortelt.

Er zijn drie manieren van stekken: de topstek, de bladstek en de scheutstek. Welke je kiest, hangt af van de soort. Een Epipremnum stek je met een stukje stengel, een Sansevieria met een stuk blad en een graslelie met de kleine plantjes die hij zelf maakt.

Welke drie manieren van stekken zijn er?

Topstek. Je knipt het bovenste stuk van een stengel af, met een paar bladeren en minstens één knoop. Dit is de meest gebruikte methode, omdat de top van een plant het meest groeikrachtig is. Geschikt voor soorten met een duidelijke stengel, zoals Epipremnum, Tradescantia, Philodendron en Coleus. Bij klimmers als Monstera kun je ook een stuk stengel uit het midden nemen, zolang er een knoop aan zit.

Bladstek. Je gebruikt alleen een blad, soms met een stukje steel. Uit de snijrand of de steel groeien wortels en uiteindelijk een nieuw plantje. Dat werkt alleen bij soorten die daar aanleg voor hebben, zoals Sansevieria, Peperomia, Begonia en veel succulenten. De RHS legt uitgebreid uit hoe bladstekken per soort werken.

Scheutstek. Sommige planten maken zelf zijscheuten of kleine plantjes aan uitlopers. Je snijdt zo'n scheut los en laat hem apart wortelen. Graslelie, Pilea en Aloe vera zijn daar bekende voorbeelden van. Het voordeel: de scheut heeft vaak al een begin van wortels, zodat hij snel aanslaat.

Wanneer kun je het best stekken?

De beste periode is van maart tot en met juni. De dagen worden langer, de plant komt uit zijn winterrust en zit vol groeikracht. Een stek profiteert daarvan en maakt sneller wortels. Bovendien heeft een geworteld stekje daarna de hele zomer om uit te groeien voordat het weer donker wordt.

In de zomer kun je ook stekken, zolang je de stekjes niet in de volle zon zet. In de winter kan het in principe ook, maar de slagingskans is lager. Met weinig licht maakt de stek weinig energie aan, en een koude vensterbank remt de wortelvorming. De stek moet dan langer teren op zijn eigen reserves en rot sneller. Stek je toch in de winter, zet de stek dan op een warme, lichte plek, bijvoorbeeld in de buurt van een raam boven de verwarming.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Hoe neem je stap voor stap een topstek?

Voor dit voorbeeld gebruiken we een Epipremnum, maar de stappen gelden voor de meeste soorten met een stengel.

  1. Kies een gezonde stengel. Zoek een stengel met stevige, groene bladeren en zonder kale stukken. Een stengel in volle groei wortelt het snelst.
  2. Pak een scherp, schoon mes of snoeischaar. Een bot mes kneust de stengel, wat de kans op rot vergroot. Maak het mes schoon met wat alcohol, zodat je geen bacteriën of schimmels overbrengt.
  3. Tel de knopen. Een goede stek heeft twee tot drie knopen en is tien tot vijftien centimeter lang.
  4. Snijd vlak onder een knoop. Maak de snee een halve tot een centimeter onder de onderste knoop. Een lang stuk stengel onder de knoop heeft geen functie en gaat vaak rotten.
  5. Haal de onderste bladeren weg. Verwijder het blad bij de onderste knoop, zodat die vrij in water of grond kan. Laat bovenaan twee tot drie bladeren zitten. Meer blad betekent meer verdamping, en een stek zonder wortels kan dat verlies niet aanvullen.
  6. Zet de stek in water of grond. In water moet de onderste knoop onder water staan. In grond steek je hem twee tot drie centimeter diep in luchtige, licht vochtige stekgrond.
  7. Kies een lichte, warme plek. Een temperatuur van 20 tot 24 graden en veel licht zonder directe zon geven de beste resultaten.

Hoe je de stek daarna verder verzorgt tot een volle plant, lees je in de gids van de RHS over stekken van kamerplanten.

Welke kamerplanten kun je makkelijk stekken?

Deze zes soorten zijn geschikt om mee te beginnen. De wortelduur is een richtlijn in het voorjaar en de zomer bij kamertemperatuur.

Soort Stekmethode Wortelduur
Epipremnum (Epipremnum aureum) topstek of stengelstek, water of grond 1 tot 3 weken
Tradescantia (Tradescantia zebrina) topstek, water of grond 1 tot 2 weken
Monstera (Monstera deliciosa) stengelstek met knoop en luchtwortel 3 tot 6 weken
Sansevieria (Dracaena trifasciata) bladstek in grond, of scheuren van de wortelstok 6 tot 12 weken
Peperomia (Peperomia obtusifolia) bladstek met steel of topstek 3 tot 6 weken
Graslelie (Chlorophytum comosum) scheutstek van de kindjes 1 tot 2 weken

Let op bij de bonte Sansevieria met een gele rand: een bladstek verliest die rand meestal. Wil je de tekening behouden, deel de plant dan bij de wortels. Meer soorten vind je in ons artikel over planten die makkelijk te stekken zijn.

Hoe verzorg je de moederplant na het stekken?

De snijwond op de moederplant heeft weinig nodig. Laat hem gewoon opdrogen aan de lucht. Een schone, rechte snee sluit binnen een paar dagen vanzelf. Zet de plant wel een week niet in de felle zon en geef niet extra water, want de plant heeft even minder blad om water te verbruiken.

Vaak loopt de moederplant na het stekken juist voller uit. Door de top weg te nemen, stopt de rem op de zijknoppen. De plant maakt vlak onder de snijplek een of twee nieuwe scheuten, waardoor hij bossiger wordt.

Begin twee tot drie weken na het stekken weer met voeding, zodra je nieuwe groei ziet. Eerder bemesten heeft weinig zin, omdat de plant dan vooral bezig is met herstel.

Waarom slaan stekken soms niet aan?

  • Verkeerde snijplek: zonder knoop aan de stek komen er bij de meeste soorten geen wortels. Snijd altijd vlak onder een knoop.
  • Te koude standplaats: onder 18 graden gaat de wortelvorming heel langzaam, terwijl het rot gewoon doorgaat. Zet de stek warmer.
  • Te veel bladeren: een stek met veel blad verdampt meer dan hij kan opnemen en verslapt. Laat maximaal twee tot drie bladeren zitten.

Veelgestelde vragen

Welke kamerplanten kun je niet stekken?

De meeste palmen, zoals Kentia en Areca, kun je niet stekken. Ze hebben maar één groeipunt en vormen geen nieuwe wortels uit een stuk stengel. Ook Alocasia en Calathea stek je niet, die vermeerder je door te delen. Orchideeën vermeerder je via de jonge plantjes die soms op de bloeistengel verschijnen.

Moet ik een stek afdekken met een zakje of stolp?

Bij stekken in grond helpt het vaak. Een doorzichtig zakje houdt de lucht vochtig, zodat de stek minder water verliest via het blad. Maak wel elke dag even open voor frisse lucht, anders krijgt schimmel een kans. Succulenten en stekjes in water dek je niet af.

Hoeveel stekken kan ik van één plant nemen?

Neem hooguit een derde van de plant in één keer weg. Zo houdt de moederplant genoeg blad over om energie te maken en goed te herstellen. Bij een grote, gezonde plant kun je zo al snel vijf tot tien stekken nemen. Wil je meer, wacht dan tot de plant weer is bijgegroeid.

Verzwakt de moederplant door het stekken?

Niet als je niet te veel wegneemt en in het groeiseizoen stekt. De plant herstelt snel en loopt vaak zelfs voller uit. Stek je in de winter of neem je meer dan een derde weg, dan kan de plant tijdelijk minder groeien. Geef hem dan rust en een lichte plek.

Een moederplant om te stekken

Wil je beginnen met stekken, maar heb je nog geen geschikte plant? In onze collectie makkelijke planten voor binnen vind je soorten die snel groeien en zich goed laten vermeerderen. Je krijgt gratis verzending, levering binnen 1 tot 3 werkdagen en je plant komt rechtstreeks vanuit de kas. Verpakking op maat zorgt ervoor dat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.

Is er bij levering iets mis, dan helpt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten je verder.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op