Makkelijk te onderhouden planten voor huis, tuin en balkon
Makkelijk te onderhouden planten zijn vooral planten die op de juiste plek staan. Een sterke soort op een verkeerde plek geeft je meer werk dan een gevoelige soort die precies krijgt wat hij nodig heeft. Een Lavendel in de schaduw blijft kwakkelen, terwijl dezelfde plant in de volle zon jarenlang zonder hulp bloeit.
Hieronder lees je hoe je de plek beoordeelt, welke planten binnen en buiten het langst zonder jou kunnen en welke denkfouten alsnog extra werk opleveren.
Waarom begint onderhoudsarm bij de standplaats?
Drie factoren bepalen of een plant het zelf redt: licht, bodem en vocht. Krijgt een plant minder licht dan hij gewend is, dan groeit hij slap en wordt hij vatbaarder voor ziektes. Staat een plant die van droge grond houdt in natte klei, dan rotten de wortels. En een plant die vocht nodig heeft, vraagt op een droge, zonnige plek elke week je gieter.
Het gaat ook mis als je een plant kiest op uiterlijk en pas daarna een plek zoekt. Je gaat dan compenseren: extra water, extra voeding, verplaatsen, snoeien. Dat is precies het werk dat je wilde vermijden.
Kijk daarom eerst hoeveel uur zon een plek krijgt, of de grond zanderig of kleiig is en of er water blijft staan na een regenbui. Binnen let je op de raamrichting en de afstand tot het raam. Pas daarna kies je de plant. Zo werk je met de omstandigheden mee in plaats van ertegenin.
Welke acht planten binnen kun je met rust laten?
Deze kamerplanten slaan water op, zodat ze een tijd zonder aandacht kunnen. De periodes gelden voor een gemiddelde woonkamer in de zomer; in de winter kan het vaak langer.
- Jadeplant (Crassula ovata): water als de grond helemaal droog is, ongeveer eens per drie weken. Redt zich zo'n vier weken zonder aandacht.
- Olifantspoot (Beaucarnea recurvata): slaat water op in zijn dikke stamvoet. Eens per drie weken water, kan vier tot vijf weken zonder.
- Zamioculcas (Zamioculcas zamiifolia): eens per twee tot drie weken, kan vier weken zonder dankzij zijn wortelknollen.
- Sansevieria (Dracaena trifasciata): eens per drie weken, kan vier tot vijf weken zonder.
- Aloe (Aloe vera): eens per twee tot drie weken, kan drie tot vier weken zonder op een lichte plek.
- Zebraplant (Haworthiopsis attenuata): eens per drie weken, kan vier weken zonder en blijft klein.
- Wasbloem (Hoya carnosa): eens per twee weken, kan drie weken zonder dankzij zijn dikke bladeren.
- Aspidistra (Aspidistra elatior): eens per week tot tien dagen, kan twee tot drie weken zonder en verdraagt weinig licht.
Welke vaste planten en heesters redden zich buiten zelf?
Buiten helpt de natuur mee: regen geeft water en de bodem voeding. Kies je soorten die bij je grond en zon passen, dan heb je er na het eerste jaar weinig omkijken naar.
- Hemelsleutel (Hylotelephium spectabile, voorheen Sedum spectabile): bloeit van augustus tot oktober en is geliefd bij bijen en vlinders. Verdraagt droogte goed. Knip de uitgebloeide stengels pas in het voorjaar af, zodat ze in de winter structuur geven.
- Lavendel (Lavandula angustifolia): bloeit in juni en juli. Wil volle zon en goed doorlatende grond. Snoei één keer per jaar na de bloei tot net boven het oude hout, zodat de plant compact blijft.
- Vrouwenmantel (Alchemilla mollis): gele schermbloemen van juni tot augustus. Groeit in zon en halfschaduw. Knip na de bloei terug om uitzaaien te beperken, meer is niet nodig.
- Pluimhortensia (Hydrangea paniculata): bloeit van juli tot in de herfst en is steviger dan de boerenhortensia. Snoei in maart terug, want hij bloeit op nieuw hout.
- Siergrassen zoals Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides): pluimen van augustus tot oktober. Eén keer per jaar in het vroege voorjaar afknippen, verder niets.
Veel van deze soorten dragen ook bij aan de biodiversiteit in je tuin. Milieu Centraal noemt een groene tuin met vaste planten bovendien een manier om regenwater beter op te vangen.
Hoe houden bodembedekkers onkruid tegen?
Onkruid groeit vooral op kale grond, want daar valt licht op de zaden in de bodem. Een bodembedekker vormt een dichte laag bladeren die de grond afschermt. Zo krijgen onkruidzaden geen licht en kiemen ze nauwelijks.
Goede soorten zijn Rotsooievaarsbek (Geranium macrorrhizum) voor zon en halfschaduw, Kleine maagdenpalm (Vinca minor) voor schaduw en Waldsteinia (Waldsteinia ternata) voor onder struiken. Plant ze dicht genoeg, meestal zes tot negen planten per vierkante meter, zodat ze binnen een of twee seizoenen aaneengroeien.
In het eerste jaar moet je nog wieden, omdat er dan nog kale plekken zijn. Daarna neemt het werk sterk af. Meer soorten vind je in ons artikel over vaste planten met makkelijk onderhoud.
Wat moet je toch nog doen?
Onderhoudsarm is niet hetzelfde als onderhoudsvrij. Dit is het minimale werk per seizoen:
| Seizoen | Binnen | Buiten |
|---|---|---|
| Voorjaar | verpotten als wortels uit de pot groeien, weer beginnen met voeding | siergrassen en vaste planten terugknippen, pluimhortensia snoeien |
| Zomer | water geven als de grond droog is, eens per maand voeding | jonge planten water geven bij droogte, lavendel na de bloei snoeien |
| Herfst | minder water, stoppen met voeding | blad op de borders laten liggen als natuurlijke bodembedekking |
| Winter | af en toe water, afstoffen | niets, uitgebloeide stengels laten staan voor insecten en vogels |
Zoals je ziet, zit het meeste werk in het voorjaar. De rest van het jaar is het vooral kijken en bijsturen waar nodig.
Welke denkfouten leveren alsnog werk op?
- Te kleine potten. Een kleine pot droogt snel uit, zodat je veel vaker moet gieten. Kies voor planten in pot liever een maat groter dan strikt nodig.
- Planten te dicht op elkaar. Een border ziet er in het begin misschien leeg uit, maar planten groeien. Staan ze te dicht, dan verdringen ze elkaar en moet je binnen een paar jaar scheuren en verplanten. Houd de plantafstand op het label aan.
- Bemesten zonder reden. Veel sterke planten komen van nature van schrale grond. Extra voeding geeft slappe, snelle groei die omvalt en eerder ziek wordt. Voed alleen als een plant echt bleek blijft of niet groeit.
Veelgestelde vragen
Welke planten hebben het minste onderhoud nodig?
Binnen zijn dat soorten die water opslaan, zoals Zamioculcas, Sansevieria, Olifantspoot en Jadeplant. Ze kunnen weken zonder water. Buiten vragen siergrassen, Hemelsleutel en bodembedekkers zoals Rotsooievaarsbek het minst: één keer per jaar terugknippen is vaak genoeg. Voorwaarde is wel dat ze op een plek staan die bij ze past.
Welke tuinplanten kunnen tegen droogte?
Lavendel, Hemelsleutel, lage Sedum-soorten en veel siergrassen verdragen droogte goed. Ze komen uit gebieden met droge zomers en hebben diepe wortels of vlezige bladeren. Let op: ook deze planten hebben in hun eerste jaar regelmatig water nodig, totdat hun wortels diep genoeg zitten.
Hoe maak je een tuin onderhoudsarm?
Kies planten die bij je grond en zon passen, zodat je niet hoeft te compenseren. Bedek kale grond met bodembedekkers of een mulchlaag, zodat onkruid geen kans krijgt. Kies vaste planten en heesters met een natuurlijke vorm in plaats van soorten die je in model moet snoeien. Houd daarnaast de plantafstand aan.
Zijn vaste planten makkelijker dan eenjarigen?
Meestal wel. Vaste planten komen elk jaar terug, zodat je niet elk voorjaar opnieuw hoeft te planten. Na een of twee jaar hebben ze een diep wortelgestel en hebben ze minder water nodig. Eenjarigen bloeien vaak langer achter elkaar, maar vragen elk jaar kopen, planten en meer water.
Wil je binnen of buiten beginnen met planten die weinig van je vragen? In onze collectie sterke planten vind je soorten voor huis, tuin en balkon. Je bestelling krijg je met gratis verzending, levering binnen 1 tot 3 werkdagen en rechtstreeks vanuit de kas. Met verpakking op maat komt je plant veilig en onbeschadigd aan.
Mocht er bij aankomst iets mis zijn met je plant, dan geldt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.