Palm kamerplant soorten: welke past bij jouw huis?
Kentia, Areca, Chamaedorea, Rhapis: wie een palm zoekt, verdwaalt snel in de namen. Toch zijn er binnen maar een stuk of acht palmsoorten die je regelmatig tegenkomt, en die verschillen vooral op drie punten. Hoeveel licht ze nodig hebben, hoe hoog ze binnen worden en hoe hun blad eruitziet: veervormig of waaiervormig. Weet je die drie dingen van jouw plek en smaak, dan valt de keuze vaak vanzelf op één of twee soorten.
Waarin verschillen palmsoorten van elkaar?
Lichtbehoefte. Sommige palmen groeien in de natuur in de schaduw van hogere bomen. Die hebben binnen genoeg aan een plek een paar meter van het raam. Andere groeien in open landschap en willen veel licht, soms met wat zon erbij. Dit is het belangrijkste vergelijkingspunt, want een palm die te donker staat, gaat langzaam achteruit.
Eindhoogte. Een dwergpalm past op een bijzettafel. Een volwassen Kentia raakt in een oud herenhuis bijna het plafond. Kijk dus niet alleen naar de maat bij aankoop, maar ook naar waar de plant over vijf jaar staat.
Bladvorm. Veerpalmen hebben lange bladeren met aan weerszijden smalle blaadjes, zoals een veer. Denk aan de Kentia en de Areca. Waaierpalmen hebben een rond of handvormig blad dat uitwaaiert vanuit één punt, zoals de stokpalm. Veerpalmen ogen zacht en tropisch, waaierpalmen grafischer.
Groeitempo. Een snelle groeier vult binnen twee jaar een hoek, maar vraagt ook vaker water, voeding en verpotten. Een trage groeier blijft lang zoals je hem kocht.
Hoe verhouden acht kamerpalmen zich tot elkaar?
In deze tabel zie je de acht meest gangbare kamerpalmen op een rij. De eindhoogte is een richtlijn voor binnen, niet voor de natuur.
| Soort | Licht | Eindhoogte binnen | Groei | Moeilijkheid |
|---|---|---|---|---|
| Kentia (Howea forsteriana) | halfschaduw tot licht | 2 tot 3 m | traag | makkelijk |
| Areca of goudpalm (Dypsis lutescens) | veel indirect licht | 1,5 tot 2,5 m | gemiddeld | gemiddeld |
| Dwergpalm (Chamaedorea elegans) | halfschaduw | 0,5 tot 1,5 m | traag | makkelijk |
| Bamboepalm (Chamaedorea seifrizii) | licht, geen felle zon | 1,5 tot 2 m | gemiddeld | gemiddeld |
| Metaalpalm (Chamaedorea metallica) | halfschaduw | 0,5 tot 1 m | traag | makkelijk |
| Stokpalm (Rhapis excelsa) | halfschaduw tot licht | 1 tot 2 m | traag | makkelijk |
| Dwergdadelpalm (Phoenix roebelenii) | veel licht, wat zon | 1,5 tot 2 m | gemiddeld | gemiddeld |
| Vissenstaartpalm (Caryota mitis) | veel indirect licht | 1,5 tot 2,5 m | gemiddeld | lastig |
Wat opvalt: de makkelijkste soorten zijn ook de soorten die het minste licht nodig hebben. Dat is geen toeval. Palmen uit de ondergroei zijn gewend aan wisselende omstandigheden en reageren minder heftig op een foutje. De vissenstaartpalm is het buitenbeentje van het rijtje. Hij is prachtig, maar vraagt veel licht, stabiele warmte en een hoge luchtvochtigheid. Wil je een soortnaam natrekken, dan helpt de Plants of the World-database van Kew.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Waarom is de Kentia de tolerante klassieker?
De Kentia (Howea forsteriana) komt oorspronkelijk van Lord Howe, een klein eiland voor de kust van Australië. Al in de negentiende eeuw stond hij in Europese salons en hotellobby's. Dat had een reden: hij hield het vol in donkere, koele interieurs waar andere palmen het opgaven.
Je herkent de Kentia aan zijn brede, donkergroene veerbladeren die sierlijk overhangen. De blaadjes zitten wat verder uit elkaar dan bij een Areca, waardoor de plant open en rustig oogt. De stelen zijn lang en glad, zonder de gele tint die de Areca heeft.
Hij groeit traag, vaak maar één tot twee nieuwe bladeren per jaar. Dat klinkt als een nadeel, maar het betekent ook dat hij weinig voeding vraagt en zelden te groot wordt voor zijn plek. Door die trage groei kan hij met minder licht toe. Hij hoeft simpelweg minder energie te maken. Een plek op een paar meter van een noord- of oostraam is voor een Kentia vaak genoeg.
Het enige minpunt is de prijs. Omdat hij zo traag groeit, kost een grote Kentia bij de kweker jaren. Meer over deze soort lees je in onze blog over de Kentiapalm als kamerplant.
Waarom kies je een Areca of Chamaedorea voor volume?
Wil je snel een lege hoek vullen, dan zijn de Areca (Dypsis lutescens) en de bamboepalm (Chamaedorea seifrizii) de logische keuzes. Beide groeien niet met één stam, maar met een pol van meerdere stengels uit dezelfde pot. Daardoor ogen ze direct vol en bossig.
De Areca heeft fijne, lichtgroene veerbladeren op geelachtige stelen. Hij groeit sneller dan een Kentia en voegt elk jaar meerdere stengels toe. De bamboepalm heeft dunnere, groene stengels met ringen, die inderdaad aan bamboe doen denken. Hij blijft wat slanker.
Die snelle groei heeft een prijs: ze drinken meer. Een volle Areca in een warme kamer kan in de zomer twee keer per week water nodig hebben. Laat je hem uitdrogen, dan krijg je bruine punten en gele stengels. Te nat is ook niet goed, dus giet pas als de bovenste twee centimeter grond droog is. Beide soorten waarderen ook een hogere luchtvochtigheid, zodat een plek weg van de radiator verstandig is. Houd er rekening mee dat oudere stengels na een paar jaar geel worden en afsterven. Dat is normaal, zolang er nieuwe bijkomen.
Welke compacte en bijzondere soorten zijn er?
Heb je geen ruimte voor een palm van twee meter? De dwergpalm (Chamaedorea elegans) is de bekendste kleine soort. Hij wordt vaak verkocht als een potje met meerdere zaailingen en blijft jarenlang onder de meter. Een vensterbank op het noorden of oosten is voor hem prima.
Nog opvallender is de metaalpalm (Chamaedorea metallica). Die heeft geen gedeeld blad, maar brede, ongedeelde bladeren in de vorm van een visstaart, met een blauwgroene, bijna metalen glans. Hij groeit traag en blijft compact.
De stokpalm (Rhapis excelsa) is een van de weinige waaierpalmen die binnen goed gaat. Zijn handvormige blad staat op dunne, met vezels bedekte stengels. Hij is taai, groeit traag en blijft netjes van vorm.
Voor liefhebbers van iets aparts is er de vissenstaartpalm (Caryota mitis), met gekartelde blaadjes die eruitzien alsof iemand er met een schaar in is geweest. Hij is minder vergevingsgezind, dus eerder iets voor wie al ervaring heeft.
Welke soort past bij jouw situatie?
Begin bij je lichtsituatie, want die kun je het minst makkelijk veranderen. Kijk daarna naar de hoogte die je hebt en hoeveel tijd je aan de plant wilt besteden. Gebruik dit lijstje als snelle keuzehulp:
- Weinig licht, veel hoogte: Kentia. Groeit traag, blijft netjes en verdraagt een plek verder van het raam.
- Weinig licht, weinig ruimte: dwergpalm of metaalpalm op een kast of tafel.
- Veel licht, snel resultaat: Areca. Vult een hoek, maar vraagt trouw water en vochtige lucht.
- Licht en een smalle plek: bamboepalm. Slank en toch vol.
- Zonnige erker: dwergdadelpalm. Kan als een van de weinigen wat directe zon aan.
- Weinig onderhoud: Kentia of stokpalm. Beide groeien traag en vergeven een keer vergeten water.
- Grafisch en anders: stokpalm met waaierblad of de metaalpalm met ongedeeld blad.
Twijfel je tussen twee soorten? Kies dan de soort die minder licht nodig heeft. Een palm die meer licht krijgt dan hij minimaal vraagt, groeit gewoon wat voller. Andersom lukt dat niet: een lichtminnende palm op een donkere plek blijft sukkelen, hoe goed je verder ook giet en voedt.
Veelgestelde vragen
Welke palmsoort kan het beste tegen weinig licht?
De Kentia (Howea forsteriana) en de dwergpalm (Chamaedorea elegans) kunnen het beste tegen weinig licht. Beide groeien in de natuur in de schaduw van hogere bomen. Een plek op een paar meter van een raam is voor hen genoeg. Ze groeien dan wel trager, maar blijven gezond en groen.
Wat is het verschil tussen een Kentia en een Areca?
Een Kentia heeft donkergroene, brede veerbladeren op gladde groene stelen en groeit traag. Hij kan met minder licht toe. Een Areca heeft fijnere, lichtgroene bladeren op geelachtige stelen, groeit sneller in een volle pol en wil meer licht en water. De Kentia is rustiger, de Areca voller en frisser van kleur.
Welke palm blijft klein genoeg voor een vensterbank?
De dwergpalm (Chamaedorea elegans) blijft jarenlang onder de meter en is ideaal voor een vensterbank op het noorden of oosten. Ook de metaalpalm (Chamaedorea metallica) blijft compact. Zet ze niet achter een zuidraam in de volle zon, want dan verbrandt het blad.
Zijn kamerpalmen giftig voor huisdieren?
Op de lijst van de ASPCA staan onder meer de Areca en de dwergpalm als niet giftig voor katten en honden. Let op de sagopalm (Cycas revoluta): die heet palm, maar is geen echte palm en wel zeer giftig. Twijfel je of heeft je dier ervan gegeten, bel dan je dierenarts.
Weet je welke soort bij jou past? In onze collectie kamerpalmen vind je de Kentia, de Areca en andere soorten in verschillende maten. Je krijgt gratis verzending, levering binnen 1 tot 3 werkdagen, planten rechtstreeks vanuit de kas en verpakking op maat, zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt.
Komt een plant toch niet in goede staat aan? Dan kun je rekenen op ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.