Welke planten in een ecosysteem: soorten die onder glas gedijen

In een gesloten ecosysteem horen kleine, vochtminnende planten die weinig licht nodig hebben en langzaam groeien, zoals Fittonia, Selaginella en mos. Onder glas is de luchtvochtigheid bijna altijd hoger dan 90 procent en beweegt de lucht nauwelijks. Soorten die van droogte of frisse lucht houden, rotten in zo'n omgeving binnen een paar weken weg.

Heb je nog nooit een flesecosysteem gemaakt? Dan is de plantkeuze de belangrijkste stap. Met de juiste soorten kan een fles jaren blijven leven met heel weinig onderhoud.

Wat doet een gesloten ecosysteem met planten?

In een afgesloten fles ontstaat een kleine waterkringloop. De planten nemen water op via hun wortels en geven het via hun bladeren weer af als waterdamp. Ook uit de bodem verdampt vocht. Omdat de fles dicht is, kan die damp nergens heen.

Zodra de damp het koelere glas raakt, slaat hij neer als druppels. Daarom beslaat het glas, vooral 's ochtends als het in de kamer nog fris is. De druppels lopen langs de wand terug naar de bodem, waar de wortels ze opnieuw opnemen. Zo gebruikt het ecosysteem steeds hetzelfde water.

Voor planten betekent dit: altijd vochtige lucht, een gelijkmatig natte bodem en vrijwel geen wind. Soorten van de vochtige bosbodem voelen zich daar thuis. De Royal Horticultural Society raadt voor gesloten flessentuinen daarom kleine, langzaam groeiende soorten aan die een hoge luchtvochtigheid verdragen.

Welke twaalf planten doen het onder glas?

Deze soorten zijn geschikt voor een gesloten fles of pot. De hoogte is de hoogte die ze onder glas ongeveer bereiken als je af en toe snoeit.

Plant Hoogte Licht
Mozaïekplant (Fittonia albivenis) 5 tot 15 cm helder indirect
Peperomia (Peperomia prostrata) kruipend, 3 cm helder indirect
Pilea depressa (Pilea depressa) kruipend, 5 cm halfschaduw
Babytranen (Soleirolia soleirolii) 3 tot 5 cm halfschaduw
Kruipvijg (Ficus pumila) kruipend, snoeien halfschaduw
Mosvaren (Selaginella kraussiana) 5 tot 10 cm halfschaduw
Vlekjesplant (Hypoestes phyllostachya) 10 tot 20 cm, snoeien helder indirect
Vogelnestvaren (Asplenium nidus), jonge plant 10 tot 20 cm halfschaduw
Aardster (Cryptanthus bivittatus) 5 tot 10 cm helder indirect
Kussentjesmos (Leucobryum glaucum) 2 tot 4 cm halfschaduw
Venushaar (Adiantum raddianum) 15 tot 25 cm halfschaduw
Marcgravia (Marcgravia rectiflora) klimmend langs glas halfschaduw

Een fles met een opening van een paar centimeter biedt ruimte aan drie tot vijf van deze soorten. Kies één hogere plant als middelpunt, zoals de venushaar of vogelnestvaren, en vul aan met kruipers en mos.

Houd er rekening mee dat de vlekjesplant en de kruipvijg sneller groeien dan de rest. Ze zijn mooi, maar vragen elke paar maanden een knipbeurt.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke planten werken juist niet?

Niet elke kleine plant hoort in een ecosysteem. Deze drie groepen gaan onder glas vrijwel altijd mis.

  • Succulenten. Vetplanten zoals Echeveria slaan water op in hun dikke blad. In lucht die altijd verzadigd is, nemen ze te veel vocht op, waardoor blad en stam zacht worden en gaan rotten.
  • Cactussen. Ze komen uit droge gebieden en hebben volle zon en een droge bodem nodig. In een gesloten fles ontbreken beide, en schimmel slaat snel toe.
  • Harde groeiers. Planten als Epipremnum of Tradescantia groeien in de warme, vochtige lucht zo snel dat ze binnen een paar maanden het hele glas vullen. De andere planten krijgen dan geen licht meer.

Twijfel je over een soort, kijk dan of hij in de natuur op een vochtige bosbodem groeit. Zo ja, dan is de kans groot dat hij onder glas past.

Waarom is mos een goede bodemlaag?

Mos is in een ecosysteem meer dan decoratie. Het houdt de bovenste laag vochtig, beschermt de grond tegen uitdrogen en maakt het geheel natuurlijk.

Geschikt zijn kussentjesmos (Leucobryum glaucum), dat compacte bolletjes vormt, en gewoon klauwtjesmos (Hypnum cupressiforme), dat een platte mat maakt. Beide zijn gewend aan een schaduwrijke, vochtige plek. Koop mos bij een kweker of speciaalzaak, want mos uit de natuur kan beschermd zijn en bevat soms ongewenste beestjes.

Druk het mos stevig aan op het vochtige substraat, zodat het contact maakt en kan wortelen. Het mos werkt daarna als vochtmeter: groen en fris betekent dat de balans klopt, bruine of bleke plekken wijzen op te droog, en witte pluisjes op te nat.

Hoe bouw je het ecosysteem op?

Een ecosysteem bestaat uit lagen, elk met een eigen taak. Werk van onder naar boven en gebruik bij een smalle fles een lange lepel of pincet.

  1. Drainagelaag, 2 tot 3 cm. Hydrokorrels of fijn grind. Hier verzamelt zich overtollig water, zodat de wortels niet in de natte laag staan.
  2. Scheidingsdoek of laagje mos. Voorkomt dat de grond tussen de korrels zakt en de drainage verstopt.
  3. Substraat, 4 tot 6 cm. Luchtige grond, bijvoorbeeld kamerplantengrond met wat kokosvezel en een snufje houtskool. Houtskool helpt geurtjes te beperken.
  4. Planten. Maak een kuiltje, zet de plant erin en druk aan. Begin met de hoogste plant achterin of in het midden.
  5. Mos en decoratie. Vul de open plekken met mos en voeg eventueel een steen of stukje hout toe.

Geef na het opbouwen een paar eetlepels water langs de rand, laat de fles een dag open staan en sluit hem daarna. Wil je het stap voor stap nalezen, kijk dan in ons artikel over een terrarium als ecosysteem.

Hoe onderhoud je het na het sluiten?

Zet het ecosysteem op een lichte plek zonder directe zon. Op een vensterbank op het noorden of een meter van een raam op het oosten is ideaal. Direct zonlicht verwarmt het glas zo sterk dat de planten letterlijk koken.

Kijk de eerste weken dagelijks even naar het glas. Is het de hele dag volledig beslagen, dan zit er te veel water in. Open de fles dan een paar uur, zodat het overtollige vocht kan ontsnappen. Beslaat het glas nooit meer, dan kun je een klein beetje water toevoegen.

Snoei planten zodra ze het glas raken of de rest overschaduwen. Knip met een lange schaar en haal het afgeknipte blad direct weg, want rottend blad verstoort de balans. Heb je vragen over welke soorten in welk soort fles passen, lees dan ook ons stuk over planten in een gesloten fles.

Veelgestelde vragen

Hoelang blijft een flesecosysteem leven?

Met de juiste planten en een goede plek kan een flesecosysteem jarenlang blijven leven. Er bestaan flessen die al tientallen jaren dicht zijn. Voor een gewone fles thuis is enkele jaren zonder grote ingrepen realistisch. Af en toe snoeien en een plant vervangen die te groot wordt, houdt het geheel in balans.

Moet je een gesloten ecosysteem water geven?

Nauwelijks. Het water blijft rondgaan in de fles. Alleen als het glas wekenlang helemaal niet meer beslaat en het mos lichter kleurt, geef je een paar eetlepels water langs de rand. Te veel water is een groter risico dan te weinig, omdat het rot en schimmel geeft.

Horen er ook springstaarten of ander bodemleven in?

Het hoeft niet, maar het helpt wel. Springstaarten zijn piepkleine diertjes die schimmel en rottend plantmateriaal opeten. In een groter ecosysteem houden ze de bodem schoon, zodat schimmel minder kans krijgt. Je koopt ze in een klein bakje bij een terrarium- of dierenspeciaalzaak.

Wat kost een ecosysteem in een fles?

Een eenvoudig ecosysteem maak je vaak voor 30 tot 60 euro. Een glazen fles met kurk kost 10 tot 30 euro, kleine terrariumplanten een paar euro per stuk, en substraat, mos en korrels samen nog wat euro's. Een grote fles met zeldzame soorten kost meer.

Wil je direct aan de slag met de juiste planten? In onze collectie terrarium vind je kleine soorten die geschikt zijn voor onder glas. Je bestelling wordt gratis verzonden en binnen 1 tot 3 werkdagen geleverd, rechtstreeks vanuit de kas. Door de verpakking op maat komt je plant veilig en onbeschadigd aan.

Ook voor deze kleine planten geldt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op