Zamioculcas als kamerpalm: geen palm maar wel makkelijk
De Zamioculcas wordt vaak kamerpalm genoemd, maar botanisch is hij geen palm. De Zamioculcas (Zamioculcas zamiifolia) hoort bij de aronskelkfamilie (Araceae), dezelfde familie als de Monstera en de Philodendron. Palmen vormen een heel andere familie (Arecaceae).
Het belangrijkste verschil zit onder de grond. Een Zamioculcas groeit uit dikke, aardappelachtige knollen die water en voeding opslaan. Die knollen verklaren waarom hij wekenlang zonder water kan en waarom je hem juist sneller verdrinkt dan laat uitdrogen. Een echte kamerpalm heeft die voorraad niet en vraagt dus een heel ander gietritme.
Waarom wordt de Zamioculcas voor een palm aangezien?
Kijk je snel, dan lijkt een Zamioculcas inderdaad op een kleine palm. Uit de pot komen rechte stelen met aan weerszijden glanzende, ovale blaadjes. Dat doet denken aan de geveerde bladeren van een Kentia of een Areca.
Wat veel mensen niet weten: zo'n hele "tak" is bij de Zamioculcas één samengesteld blad. De stengel is eigenlijk de bladsteel en de losse blaadjes zijn deelblaadjes. Bij een palm is het vergelijkbaar opgebouwd, maar daar groeien de bladeren uit één groeipunt bovenin een stam.
Daar zit het botanische verschil:
- Palmen hebben één groeipunt in het hart van de plant. Beschadig je dat, dan stopt de groei.
- De Zamioculcas stuurt nieuwe bladeren rechtstreeks vanuit de knollen onder de grond omhoog. Daardoor wordt de plant voller in plaats van hoger.
- Palmen hebben vezelige wortels zonder opslag; de Zamioculcas heeft verdikte wortelstokken die als voorraadkamer dienen.
Wie de naam wil controleren, vindt de plant en zijn herkomst uit Oost-Afrika in Kew Plants of the World Online.
Hoe werkt de knol als waterreservoir?
In zijn natuurlijke omgeving krijgt de Zamioculcas te maken met lange droge periodes. Om die te overbruggen slaat hij vocht op in zijn knollen, en in mindere mate in de dikke bladstelen. Als het droog is, teert de plant op die voorraad.
Voor jou betekent dat: de plant hoeft niet vaak water. Een volle voorraadknol in natte grond zit juist in de gevarenzone. De knol kan niet meer vocht opnemen, de grond blijft nat en er ontstaat rot. Dat gaat ongemerkt, omdat het onder de grond gebeurt.
Zo pas je je gietritme daarop aan:
- Laat de potgrond helemaal opdrogen voordat je weer giet, ook onderin de pot.
- Giet dan grondig, zodat de hele kluit nat wordt, en laat overtollig water weglopen.
- Twijfel je, wacht dan nog een week. Een droge Zamioculcas herstelt snel na een gietbeurt, een rotte knol niet.
Een handige check is de pot optillen: een droge pot voelt opvallend licht aan.
Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.Licht, water en voeding in het kort
De Zamioculcas is makkelijk, maar niet zonder voorkeur. Hij groeit het mooist op een lichte plek zonder felle middagzon. Hieronder staat de verzorging per onderdeel.
| Onderdeel | Advies | Waarom |
|---|---|---|
| Standplaats | Licht tot halfschaduw, geen felle zon achter glas | Felle zon kan gele of verbrande vlekken geven; te donker geeft trage, slappe groei |
| Water lente en zomer | Ongeveer elke 2 tot 3 weken, als de grond droog is | De plant groeit en verbruikt zijn voorraad sneller |
| Water herfst en winter | Ongeveer elke 4 tot 6 weken | Minder licht betekent minder groei en minder verdamping |
| Voeding | Eens per maand halve dosis, april tot september | De plant groeit langzaam en heeft weinig voeding nodig |
| Temperatuur | 18 tot 26 graden, niet onder 12 graden | Kou in combinatie met natte grond vergroot de kans op rot |
Veeg de bladeren af en toe af met een vochtige doek. Stof op het blad vangt licht af, en omdat de Zamioculcas al traag groeit, merk je dat snel aan een doffere kleur.
Hoe verhoudt de Zamioculcas zich tot een echte kamerpalm?
Zoek je de uitstraling van een palm, dan kun je kiezen tussen een Zamioculcas en bijvoorbeeld een Kentia palm (Howea forsteriana) of een goudpalm (Dypsis lutescens). Ze lijken op elkaar, maar vragen iets anders van je.
| Zamioculcas | Echte kamerpalm | |
|---|---|---|
| Onderhoud | Weinig water, verdraagt droge lucht | Regelmatig water, grond licht vochtig, gevoeliger voor droge lucht |
| Groeisnelheid | Traag, een paar nieuwe bladeren per jaar | Afhankelijk van soort, Areca sneller, Kentia traag |
| Prijs | Betaalbaar, ook in grote maten | Grote Kentia's zijn door de trage groei vaak duurder |
| Uitstraling | Strak, glanzend, compact | Luchtig, overhangend, tropisch |
Wil je de sfeer van een palm met weinig zorg, dan is de Zamioculcas een logische keuze. Wil je hoogte en beweging in het blad, dan past een echte palm beter. In de collectie palm kamerplanten zie je de verschillen naast elkaar. Hoe een echte palm verzorgd wil worden, lees je in verzorging kamerpalm.
Welke problemen komen veel voor?
Bijna elk probleem bij de Zamioculcas heeft met water of licht te maken. Kijk goed waar het symptoom zit, want dat wijst meestal de oorzaak aan.
- Gele stelen: vaak te veel water. De knol raakt verzadigd en de plant laat bladeren los. Een enkel oud blad dat geel wordt, is normaal.
- Slappe, omvallende takken: te weinig licht, waardoor de stelen lang en dun uitgroeien. Soms ook extreme droogte na maanden zonder water.
- Zwarte of zachte knol: rot door langdurig natte grond. Snijd rotte delen weg tot gezond, wit weefsel en verpot in droge, luchtige grond.
- Stoffig, dof blad: geen ziekte, maar het remt de fotosynthese. Afnemen met een vochtige doek is genoeg.
Voor meer achtergrond bij overwatering en plagen biedt University of California IPM een helder overzicht.
Hoe vermeerder je een Zamioculcas?
Er zijn twee manieren, en ze verschillen vooral in geduld.
Bladstek in water of grond. Knip een deelblaadje met een klein stukje steel af en zet het in water of vochtige stekgrond. Na een paar weken tot maanden vormt zich een kleine knol met worteltjes. Het eerste eigen blad kan daarna nog zes tot twaalf maanden op zich laten wachten, omdat de knol eerst voorraad opbouwt.
Scheutdeling bij verpotten. Haal de plant uit de pot en scheid voorzichtig een groep knollen met bladeren van de moederplant. Laat snijwonden een dag drogen voordat je ze oppot, zodat ze minder snel rotten. Deze methode geeft direct een volwaardige plant.
Verpotten doe je het liefst in het voorjaar, zodat de plant het hele groeiseizoen heeft om te herstellen.
Veelgestelde vragen
Is een Zamioculcas een palm?
Nee. De Zamioculcas hoort bij de aronskelkfamilie, net als de Monstera. Hij lijkt op een palm door zijn geveerde bladeren, maar hij groeit uit ondergrondse knollen die water opslaan. Palmen hebben die knollen niet en groeien vanuit één groeipunt, daarom vraagt de verzorging een ander ritme.
Hoe vaak geef je een Zamioculcas water?
In de lente en zomer ongeveer elke twee tot drie weken, in de herfst en winter elke vier tot zes weken. Het beste moment is als de grond helemaal droog is, ook onderin. Geef dan grondig water en laat het overschot weglopen, zodat de knollen niet in natte grond blijven staan.
Kan een Zamioculcas in een donkere hoek staan?
Hij verdraagt weinig licht beter dan veel andere kamerplanten, maar groeit daar heel langzaam en krijgt soms slappe, lange stelen. Geef hem op een donkere plek nog minder water, want hij verbruikt dan weinig. Een plek een paar meter van een raam is een beter compromis.
Waarom worden de stelen van mijn Zamioculcas geel?
Meestal door te veel water. De knollen zitten vol, de grond blijft nat en de plant laat bladeren los. Controleer of de grond goed opdroogt en of er geen water in de sierpot staat. Wordt de knol zacht of zwart, verpot dan in droge grond en knip rotte delen weg.
Een Zamioculcas koop je bij Pureplant rechtstreeks vanuit de kas, met gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen. Dankzij de verpakking op maat komt je plant veilig en onbeschadigd aan. Bekijk de Zamioculcas collectie en kies de maat die bij jouw plek past.
Mocht er onderweg toch iets misgaan, dan geldt ons retour- en garantiebeleid voor levende planten.
Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.