Kleine vaste plantjes voor randen, tegels en rotstuin

Kale randen langs een pad, lege voegen tussen terrastegels en een rotstuin met meer grind dan groen: daar zijn kruipende vaste plantjes voor bedoeld. Ze blijven laag, tot ongeveer vijftien centimeter, en breiden zich elk jaar verder uit over de grond. Zo sluiten ze de bodem af, waardoor onkruid minder kans krijgt om te kiemen. En omdat ze vast zijn, komen ze elk voorjaar vanzelf terug.

Wat doen kruipende vaste plantjes in je tuin?

Je kunt ze zien als een levende bodembedekking. Waar kale grond ligt, zaait onkruid zich binnen een paar weken uit. Een dicht tapijt van plantjes houdt licht weg van de bodem, zodat onkruidzaadjes niet of nauwelijks ontkiemen. Helemaal onkruidvrij wordt het niet, maar je wiedt merkbaar minder.

Daarnaast beschermen ze de grond tegen uitdroging. Blad en stengels vangen de zon op voordat die de bodem raakt, waardoor vocht langer in de grond blijft. Daar hebben ook de grotere planten in je border profijt van.

Een derde voordeel merk je na een regenbui. Kale aarde langs een pad spat bij regen op tegen tegels en muurtjes en wordt modderig. Wortels en blad houden de grond vast, zodat je pad schoner blijft. Bovendien laat een groene voeg regenwater beter in de bodem zakken dan een dichtgekitte, iets waar Milieu Centraal ook op wijst bij het vergroenen van een tuin.

Welke soorten passen tussen de tegels?

Tussen tegels is weinig ruimte en de grond is vaak arm en droog. Bovendien wordt er op gelopen. De soorten hieronder kunnen daar mee overweg, al verschillen ze in hoe goed ze tegen voetstappen kunnen.

Soort Hoogte Beloopbaar Dichtgroeien Standplaats
Kruiptijm (Thymus serpyllum) 5 tot 10 cm Af en toe Gemiddeld, 1 tot 2 jaar Zon, droog
Iers mos (Sagina subulata) 2 tot 3 cm Licht belopen Snel, binnen een seizoen Zon tot halfschaduw
Mazus (Mazus reptans) 3 tot 5 cm Licht belopen Snel Zon tot halfschaduw, vochtig
Leptinella (Leptinella squalida) 2 tot 5 cm Goed belopen Gemiddeld Zon tot halfschaduw

Kruiptijm geurt als je erop stapt en bloeit in juni en juli met roze bloempjes die bijen trekken. Hij wil wel een zonnige, goed doorlatende plek, in natte klei rot hij weg. Sagina vormt een fijn, mosachtig kussentje dat heel mooi strak in een voeg past, maar in hete, droge zomers bruin kan verkleuren als je geen water geeft.

Mazus is de beste keus voor een voeg die vaak vochtig blijft, bijvoorbeeld aan de schaduwkant van het huis. Hij maakt in het voorjaar kleine lila bloemetjes. Leptinella heeft varenachtig blad en verdraagt van deze vier het meeste loopverkeer.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke soorten doen het in een schaduwrand?

Onder bomen en heesters is het donker, en de grond is droog omdat de boomwortels het vocht wegtrekken. Bovendien valt er in de herfst veel blad. De meeste bodembedekkers geven het daar op, maar drie soorten zijn juist van nature bosbewoners.

  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor): groenblijvend, met blauwe bloemen in april en mei. Hij verdraagt droge schaduw omdat hij in de natuur in de ondergroei van bossen staat, waar hij met weinig licht en water toe kan.
  • Waldsteinia (Waldsteinia ternata): lijkt op een aardbeiplantje, met gele bloemen in het voorjaar. Het leerachtige blad blijft in de winter grotendeels staan en verliest weinig vocht.
  • Schaduwkruid (Pachysandra terminalis): vormt een dichte, groenblijvende laag van ongeveer twintig centimeter. Hij groeit langzamer, maar sluit uiteindelijk zo dicht dat nauwelijks onkruid doorkomt.

Pachysandra wordt iets hoger dan de grens van vijftien centimeter, maar is onder bomen vaak de enige die echt een dicht tapijt maakt. Laat gevallen blad gewoon op deze soorten liggen: het verteert tussen de stengels en voedt de bodem.

Zo plant je in smalle voegen en spleten

Een voeg is geen gewone borderplek. Het plantje heeft weinig grond en de wortels moeten snel hun weg naar beneden vinden. Met deze stappen geef je het een goede start.

  1. Voeg uitkrabben. Krab de voeg met een voegenkrabber of oud mes zo'n vijf tot acht centimeter diep uit. Zo haal je oud zand, mos en onkruidwortels weg.
  2. Zandmengsel aanvullen. Vul de voeg voor de helft met een mengsel van ongeveer twee delen zand en één deel potgrond of compost. Het zand zorgt voor afwatering, de potgrond voor voeding.
  3. Plantje verkleinen. Een kluit uit een pot past meestal niet in een voeg. Trek of snijd hem voorzichtig in kleinere stukjes, elk met wat wortels.
  4. Plantje inwassen. Zet het stukje in de voeg, vul aan met het mengsel en giet er met een gieter met fijne broes water overheen. Het mengsel zakt zo rond de wortels en er blijven geen luchtholtes over.
  5. Eerste weken vochtig houden. Geef de eerste drie tot vier weken om de paar dagen water, bij droog weer dagelijks. Tussen tegels warmt de grond snel op en droogt hij snel uit.

In een rotstuin werkt het net zo: stop het plantje in een spleet tussen twee stenen, zodat de wortels koel en beschut zitten.

Hoe houd je de uitbreiding onder controle?

Het voordeel van een kruipend plantje is ook zijn nadeel: het houdt niet vanzelf op bij de rand van je border. Sommige soorten zijn beheerst, andere nemen alles over wat je ze geeft.

Snelle uitbreiders zijn onder andere kleine maagdenpalm, penningkruid (Lysimachia nummularia) en zenegroen (Ajuga reptans). Ze vormen uitlopers die overal wortelen waar ze de grond raken. Tussen tegels is dat prima, maar naast een border met lage vaste planten kunnen ze die binnen een paar jaar overgroeien. Plant ze daarom niet naast rotstuinplantjes die weinig concurrentie verdragen.

Afsteken is de eenvoudigste manier om ze in toom te houden. Zet een scherpe spade verticaal langs de rand die je wilt aanhouden, steek door en trek de losgesneden stukken eruit. Doe dit in het voorjaar of in september, wanneer de plant goed herstelt. De uitgestoken stukjes kun je elders weer planten.

Een strak kantje van staal of een rij tegels helpt ook, omdat uitlopers daar minder makkelijk overheen komen.

Veelgestelde vragen

Welke plantjes kun je tussen tegels planten?

Geschikte soorten voor tussen tegels zijn kruiptijm, Sagina subulata, Mazus reptans en Leptinella squalida. Ze blijven onder de tien centimeter en overleven in een smalle voeg met weinig grond. Kruiptijm wil zon en droogte, Mazus juist een vochtige plek. Kies de soort dus op basis van hoe zonnig en nat de voegen zijn.

Kun je op kruipende plantjes lopen?

Een beetje, afhankelijk van de soort. Leptinella en Sagina kunnen tegen licht loopverkeer, bijvoorbeeld een pad dat je een paar keer per dag gebruikt. Kruiptijm verdraagt af en toe een voetstap. Geen enkele bodembedekker is bestand tegen dagelijks zwaar gebruik zoals een oprit. Leg op drukke looplijnen daarom liever stapstenen tussen de plantjes.

Hoeveel bodembedekkers heb je per vierkante meter nodig?

Reken voor de meeste bodembedekkers op negen tot zestien planten per vierkante meter. Snel groeiende soorten zoals Vinca plant je ruimer, rond negen stuks. Langzame soorten zoals Pachysandra of Sagina plant je dichter, zodat de grond binnen een jaar gesloten is.

Blijven kleine vaste plantjes in de winter groen?

Een deel wel. Vinca minor, Pachysandra, Waldsteinia en kruiptijm houden hun blad in de winter, al kan het wat doffer of roodachtig kleuren. Mazus en sommige andere soorten verliezen bij strenge vorst bovengronds blad, maar lopen in het voorjaar vanuit de wortels weer uit. Wil je in de winter groen zien, kies dan een groenblijvende soort.

Wil je jouw kale randen en voegen groen maken? Bekijk onze bodembedekkers. Je profiteert van gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas, met verpakking op maat zodat je plant veilig en onbeschadigd aankomt. Zoek je ook iets hogers voor de border erachter? Lees dan onze blog over kleine vaste planten.

Voor levende planten geldt ons retour- en garantiebeleid, zodat je met een gerust hart bestelt.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op