Makkelijke plant voor de tuin: soorten die zichzelf redden

De makkelijkste plant voor de tuin is een vaste plant of een bodembedekker. Vaste planten komen elk voorjaar vanzelf terug, en bodembedekkers sluiten de grond zo dicht dat onkruid weinig kans krijgt. Daar zit de grootste tijdwinst.

Ooievaarsbek, kattenkruid, Hosta en siergrassen vragen na het eerste jaar nauwelijks meer dan één snoeibeurt. Kies ze op basis van je grondsoort en de zon in je tuin, en je hebt een border die zichzelf grotendeels redt.

Waarom zijn vaste planten minder werk?

Eenjarigen zoals petunia of afrikaantje bloeien één seizoen en sterven dan af. Elk voorjaar koop en plant je opnieuw, en omdat hun wortels ondiep blijven, moet je in droge weken vaak gieten. Een vaste plant bouwt juist ieder jaar een groter wortelgestel op, waardoor hij na een paar jaar zelf bij het grondwater kan.

Eenjarigen Vaste planten
Aanplant Ieder voorjaar opnieuw Eenmalig
Water Vaak, ondiepe wortels Alleen het eerste jaar regelmatig
Snoei Uitgebloeide bloemen wekelijks weghalen Eén keer per jaar terugknippen
Levensduur Eén seizoen Vaak 5 tot 10 jaar of langer

Het nadeel is dat vaste planten in het eerste jaar wat kaal kunnen ogen, omdat ze eerst wortels maken. Wie dat gat wil vullen, zet er tijdelijk een paar eenjarigen tussen.

Een tweede voordeel zit in de grond zelf. Omdat je bij vaste planten niet ieder jaar spit en opnieuw plant, blijft het bodemleven ongestoord. Regenwormen en schimmels houden de grond luchtig, zodat water beter wegzakt en de planten minder snel last hebben van droogte of natte voeten.

Welke twaalf tuinplanten vragen weinig onderhoud?

Deze soorten zijn in Nederlandse tuinen beproefd en vragen per jaar hooguit één knipbeurt.

  • Ooievaarsbek (Geranium 'Rozanne'): zon tot halfschaduw, 50 centimeter, bloeit van juni tot de vorst. Terugknippen in maart.
  • Lavendel (Lavandula angustifolia): volle zon, 50 centimeter. Na de bloei een derde inkorten.
  • Hosta (Hosta): halfschaduw tot schaduw, 40 tot 70 centimeter. Oud blad in de herfst weghalen, let op slakken in het voorjaar.
  • Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides): zon, 80 centimeter. Pas in maart afknippen.
  • Japans bosgras (Hakonechloa macra): halfschaduw, 40 centimeter. In maart terugknippen.
  • Kattenkruid (Nepeta × faassenii): zon, 40 centimeter. Na de eerste bloei terugknippen voor een tweede bloei.
  • Salie (Salvia nemorosa): zon, 50 centimeter, geliefd bij bijen. Terugknippen in het vroege voorjaar.
  • Zonnehoed (Echinacea purpurea): zon, 80 centimeter. Laat de zaadhoofden in de winter staan voor vogels.
  • Vrouwenmantel (Alchemilla mollis): zon tot schaduw, 40 centimeter. Na de bloei afknippen om uitzaaien te beperken.
  • Hemelsleutel (Hylotelephium spectabile): zon, 50 centimeter, verdraagt droogte. In maart terugknippen.
  • Daglelie (Hemerocallis): zon tot halfschaduw, 70 centimeter. Oud blad in de herfst weghalen.
  • Kerstroos (Helleborus): schaduw, 40 centimeter, bloeit in de winter. Oud blad in januari wegknippen.

Veel van deze soorten trekken bijen en vlinders. De Vlinderstichting heeft een lijst met planten voor vlinders en rupsen, zodat je je keuze kunt afstemmen op meer leven in de tuin. Uitgebreidere beschrijvingen vind je in vaste planten met makkelijk onderhoud.

Weet je niet zeker welke plant bij jouw plek past?Doe de quiz en vind in 2 minuten jouw groene match.

Welke bodembedekkers houden onkruid buiten?

Onkruid kiemt vooral op kale grond met licht erop. Een bodembedekker vormt een dicht bladerdek dat dat licht wegneemt, waardoor onkruidzaden niet of nauwelijks ontkiemen. Bovendien blijft de grond eronder koeler en vochtiger, zodat je minder hoeft te gieten.

  • Rotsooievaarsbek (Geranium macrorrhizum): sluit binnen één tot twee seizoenen, ook in droge schaduw onder bomen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor): groenblijvend, blauwe bloemen in het voorjaar, schaduw.
  • Waldsteinia (Waldsteinia ternata): laag, groenblijvend, gele bloemen, zon tot halfschaduw.
  • Elfenbloem (Epimedium): trager, maar zeer duurzaam in schaduw.
  • Kruipend zenegroen (Ajuga reptans): snel via uitlopers, vochtige grond.

Plant ze dichter dan je denkt, zo'n 7 tot 9 per vierkante meter. Te ruim geplant duurt het jaren voordat ze sluiten, en in die tijd wied je alsnog. Je vindt een selectie bij onze bodembedekkers.

Welke plant past bij jouw grondsoort en licht?

Een plant die op de verkeerde grond staat, blijft kwakkelen en vraagt dan juist extra werk. Zandgrond droogt snel uit, klei is voedzaam maar kan nat en zwaar zijn, veen is vochtig en zuur. Combineer dat met de hoeveelheid zon op de plek.

Grond Zon Halfschaduw Schaduw
Zand Lavendel, hemelsleutel Ooievaarsbek 'Rozanne', Nepeta Rotsooievaarsbek, elfenbloem
Klei Zonnehoed, salie Daglelie, vrouwenmantel Hosta, kerstroos
Veen Lampenpoetsersgras, daglelie Japans bosgras, Hosta Kleine maagdenpalm, kruipend zenegroen

Kijk voor het bepalen van de zon naar de zomer. Een plek met minstens zes uur direct zonlicht is zon, twee tot zes uur is halfschaduw, minder dan twee uur is schaduw. Zo voorkom je dat een zonaanbidder onder een boom verdwijnt.

Weet je niet welke grond je hebt? Pak een handvol vochtige aarde en knijp erin. Valt hij meteen uit elkaar en voel je korrels, dan is het zand. Kun je er een worstje van rollen dat glanst, dan is het klei. Is de grond donker, sponsachtig en licht van gewicht, dan heb je veen. Zo weet je binnen een minuut in welke rij van de tabel je moet kijken.

Waarom bepaalt het eerste jaar de rest?

Een vaste plant die in het eerste jaar diep wortelt, heeft de jaren daarna weinig hulp nodig. Plant daarom bij voorkeur in het najaar, van september tot november. De grond is dan nog warm en vochtig, zodat de wortels de hele winter kunnen groeien voordat de plant in het voorjaar blad moet maken.

Geef in de eerste zomer bij droogte één keer per week flink water, zo'n 10 liter per vierkante meter. Een grote gietbeurt trekt de wortels naar beneden, waar het langer vochtig blijft. Vaak een beetje sproeien houdt ze juist aan de oppervlakte.

Leg na het planten een laag mulch van 5 centimeter, zoals houtsnippers of compost. Mulch houdt vocht vast en remt onkruid tot de planten zelf de grond bedekken. Houd het wel een paar centimeter van de stengels, zodat die niet gaan rotten. Ligt er nog veel tegelwerk in je tuin? Dan geeft Milieu Centraal een stappenplan om tegels te vervangen door groen.

Hoe ziet een jaarplanning met vier momenten eruit?

  • Maart: knip siergrassen en uitgebloeide vaste planten van vorig jaar af tot een paar centimeter boven de grond. Strooi wat compost.
  • Mei: controleer op slakken bij Hosta en verwijder de eerste onkruidjes tussen jonge planten, nu ze nog klein zijn.
  • Juli: knip kattenkruid, salie en vrouwenmantel na de eerste bloei terug, zodat ze opnieuw bloeien of niet uitzaaien. Geef water bij langdurige droogte.
  • Oktober: haal slap blad van Hosta en daglelie weg, laat zaadhoofden en grassen staan als winterstructuur en beschutting voor insecten. Dit is ook het moment om bij te planten.

Buiten deze vier momenten kun je de tuin grotendeels zijn gang laten gaan. Houd wel een klein notitieboekje of een foto per seizoen bij, zodat je volgend jaar ziet welke plek te vol of te leeg werd. Een vaste plant die na vier of vijf jaar in het midden kaal wordt, kun je in het voorjaar met een spade delen en opnieuw planten. Zo krijg je er gratis planten bij.

Veelgestelde vragen

Welke tuinplanten hebben het minste onderhoud nodig?

Vaste planten zoals ooievaarsbek 'Rozanne', kattenkruid, hemelsleutel, Hosta en siergrassen vragen het minst. Ze komen elk jaar terug en hebben meestal genoeg aan één knipbeurt in maart. Combineer ze met bodembedekkers, zodat er geen kale grond overblijft waar onkruid kan kiemen. Na het eerste jaar hoef je dan nauwelijks nog water te geven.

Welke plant houdt onkruid tegen?

Dichte bodembedekkers zoals rotsooievaarsbek, kleine maagdenpalm, Waldsteinia en elfenbloem houden onkruid het best tegen. Ze nemen het licht weg dat onkruidzaden nodig hebben om te kiemen. Plant ze met 7 tot 9 stuks per vierkante meter en mulch de tussenruimte, tot ze na een of twee seizoenen gesloten zijn.

Wanneer kun je vaste planten het beste planten?

Het najaar, van september tot november, is de beste periode. De grond is dan nog warm en de regen doet een groot deel van het water geven. Planten in potten kun je ook in het voorjaar planten, maar dan moet je in de eerste zomer vaker water geven, omdat de wortels nog ondiep zitten.

Moet je vaste planten elk jaar snoeien?

De meeste vaste planten knip je één keer per jaar terug, bij voorkeur in maart. Zo beschermen de oude stengels en het blad het hart van de plant in de winter. Soorten als kattenkruid en salie knip je ook na de eerste bloei, voor een tweede ronde. Groenblijvers zoals kerstroos vragen alleen het weghalen van oud blad.

Wil je je border in één keer vullen? Bekijk onze vaste tuinplanten. Je krijgt gratis verzending en levering binnen 1 tot 3 werkdagen, rechtstreeks vanuit de kas. Door onze verpakking op maat komt je plant veilig en onbeschadigd aan.

Voor levende planten geldt ons retour- en garantiebeleid.

Meer inspiratie voor plantenverzorging? Volg Pureplant op Instagram voor praktische tips, planteninspiratie en handige weetjes.


Gepubliceerd op